-

Basisprincipes voor het leiden van een paard

Paarden hebben van nature behoefte aan een leider. Daarbij is voor gehoorzaamheid de lichaamstaal van de leider erg belangrijk. De volgende oefeningen van Horse Listening helpen je je paard te leren reageren op jouw lichaamstaal als leider.

Deze oefeningen kun je overal toepassen; zowel voor als na het rijden, bij het lopen van of naar de wei of op andere momenten dat jij je paard wilt leiden. Deze principes kunnen dus deel uitmaken van je dagelijkse routine bij het leiden van je paard.

Oefening 1: Halthouden

Het doel van deze oefening is dat je paard met jou meeloopt, aan jouw zijde. Dat betekent dat zijn hoofd bij jouw schouder is, dat hij zich aanpast aan jouw snelheid en dat hij je niet voorbij gaat of juist te ver achter blijft. Hierbij mag jij niet aan het halstertouw trekken of gebruikmaken van stemhulpen; je paard moet zich echt richten op jouw lichaamstaal.

Begin te lopen. Je paard zou ook moeten gaan lopen zodra jouw schouders zich naar voren bewegen. Jouw schouders zijn het teken dat hij mag lopen; dus niet extra naar voren leunen voor je begint te lopen of klikken met je tong om aan te geven dat je van plan bent te gaan lopen. Hij moet te allen tijde met zijn hoofd ter hoogte van jouw rechterschouder blijven.

Als je paard niet gewend is om te reageren als enkel jouw schouders naar voren bewegen, kan het in het begin verstandig zijn om een zweepje te gebruiken om hem voorwaarts te laten gaan als jij begint te lopen. Hou dan de zweep in je linkerhand en raak hem hiermee achterlangs aan als hij niet reageert, terwijl je rechterhand nog steeds leidt. In plaats van een zweepje kun je ook het uiteinde van het touw gebruiken.

Vervolgens ga je halthouden. Hierbij is de enige hulp dat je stopt met lopen. Nog steeds geldt dat het hoofd van het paard ter hoogte van jouw schouder blijft, hij mag niet door blijven lopen nadat jij bent gestopt. Als hij dit toch doet, gebruik dan het halstertouw om aan te geven dat hij moet stoppen. Herhaal dit net zo lang tot hij reageert op jouw schouder, en je geen druk meer op het touw hoeft te geven. Zodra je paard hier goed op reageert kun je doorgaan met de volgende oefening.

Oefening 2: Achterwaarts

Je begint hetzelfde als bij de vorige oefening, alleen is het nu de bedoeling om je paard achterwaarts te vragen na het halthouden. Het doel is dat je paard scherp reageert, recht naar achteren gaat en dat hij gebruikmaakt van een diagonale beenzetting. Dit alles zonder te trekken aan het touw. Hierbij is jouw lichaam lichtelijk naar de linkerkant van je paard gericht, de kant waar je zo net nog stond om het paard te leiden. Je touw blijft in je rechterhand, het doel is om geen extra druk op het touw uit te oefenen of ermee te schudden om het paard achterwaarts te krijgen.

Om te beginnen met het achterwaarts ga je eerst halthouden. Vervolgens draai je je langzaam om richting het paard. Je paard ziet dat je niet langer voorwaarts gaat en heeft even de tijd om zich voor te bereiden op het achterwaarts gaan. Wanneer je je omdraait zal jouw linkerschouder zich in je paard zijn ruimte gaan bevinden. De reactie van je paard zou dan moeten zijn om achterwaarts te gaan, waardoor jij je niet langer in zijn ruimte bevindt. Het paard moet achterwaarts gaan in dezelfde snelheid als de passen die jij maakt tijdens het lopen.
Als je paard nog niet meteen begrijpt wat de bedoeling is kun je hem eerst weer helpen door het einde van het touw te gebruiken. Zwaai dit richting zijn borst, precies tussen de twee voorbenen.

Het geheim achter een goede achterwaarts is om de juiste hoeveelheid energie te gebruiken, waardoor je paard meteen begint met achterwaarts gaan als jij je linkerschouder in ‘zijn ruimte’ draait. Doe deze oefening op momenten dat je paard het niet verwacht, en herhaal het net zo lang totdat je paard je als een soort schaduw achtervolgt. Speel met de snelheid, wissel af tussen langzaam en snel. En zorg ervoor dat je je paard beloont wanneer hij het goed doet.

Waarom deze oefeningen?

De belangrijkste reden van goed leiderschap is eigenlijk de veiligheid van jou als de persoon die het paard leidt vanaf de grond. Je paard leert hiermee duidelijk wat jouw persoonlijke ruimte is en om netjes met je mee te lopen.

Het belangrijkste resultaat is dat je paard automatisch stopt wanneer jij ook stopt, en achterwaarts gaat wanneer je dit vraagt, zonder dat je hierbij aan het halstertouw hoeft te trekken. Er zijn altijd situaties waarbij het goed van pas komt als je je paard netjes en kalm achterwaarts kunt laten gaan. Zelf leer je ervan om consistent te worden en om een band te ontwikkelen met je paard.

Bron: Horselistening.com

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant