-

Groeten uit… Spanje

“Er zijn in de periode dat ik meehielp bij Stichting Paard in Nood Spanje ook paarden overleden. Dat was wel heftig. Dan ben je met een heel team de hele avond wakker en probeer je het paard overeind te houden. Als het paard dan uiteindelijk toch overlijdt is dat natuurlijk heel verdrietig. Ik was vroeger bang voor de dood, maar nu weet ik dat het ook iets moois kan zijn. Iedereen was zo lief voor elkaar in zo’n periode. Je mocht het verdriet op je eigen manier verwerken. Je kon altijd bij iemand troost vinden, maar als je liever alleen was en in een weiland het op jezelf wilde verwerken was dat ook helemaal okee. Dan kwam er een paardje bij je staan om even te knuffelen.” De 24-jarige Bit-lezer Suzanne Bos reisde na haar studie Maatschappelijk Werk af naar Spanje om te helpen mishandelde paarden op te vangen.

“Ik wilde weg uit Nederland. Een ander land, een andere mensen, een andere sfeer. Ik wilde iets doen waar ik echt blij van werd. Ik had zo lang gebikkeld voor mijn studie, dag in dag uit in de bieb, werken aan schoolopdrachten voor mijn studie Maatschappelijke Zorg. Ik was er helemaal klaar mee. Ik voelde me een beetje zoals een paard in een stal. Ik moest aan bepaalde eisen voldoen en er werd aan alle kanten iets van mij verwacht, en als ik dat niet kon waarmaken werd ik gestraft. Natuurlijk niet met sporen of een zweep, maar met lage cijfers. Ik wilde ontsnappen uit die stal en mijn benen strekken. Zo werd mijn verlangen naar vrijheid steeds groter.”

Daar doen we niet aan

“Na een zoektocht op het internet kwam ik uiteindelijk bij Stichting Paard in Nood Spanje uit. Ik had vroeger een flinke poos paardgereden, maar toen ik in de stad ging wonen werd dat minder. Maar de liefde voor paarden, die blijft altijd natuurlijk. Dus toen ik mijn studie Maatschappelijke Zorg had afgerond, besloot ik weer iets met die liefde voor paarden te doen en vloog ik naar Spanje om me in te zetten voor de stichting.”

“Ik heb echt de tijd van mijn leven gehad in Spanje. Eerst was ik bang dat het niet aan mijn verwachtingen zou voldoen, maar dat was echt niet het geval. Ik weet nog zo goed het moment dat ik werd opgehaald van het vliegveld door de eigenaresse van de stichting, Laura. Ik reikte haar mijn hand aan, maar ze zei resoluut: ‘Nee, daar doen we niet aan’, en toen gaf ze me een knuffel.”

“Elke dag was weer anders, maar we begonnen eigenlijk altijd met het voeren van de paarden. Het ene paard kreeg een portie muesli, de andere bietenpulp, afhankelijk van hun situatie. Daarnaast gaven we de paarden in het land hooi en water. We verdeelden de klussen vaak onderling. Naast de vaste klussen had iedereen een verzorgpaard waar ze de verantwoordelijkheid voor droegen om te verzorgen, en eventueel te trainen als het paard daar sterk genoeg voor was.”

Espirit

“Espirit heeft me geleerd om ook naar paarden te luisteren”

Suzanne had de merrie Espirit als verzorgpaard. “In het begin ging het helemaal niet goed tussen ons. Ze rende voor me weg in het weiland, en ook tijdens het rijden raakte ze snel in paniek en ging ze rennen. Ik vroeg aan Laura hoe zij dat altijd deed met de paarden. Daarop antwoordde ze: ‘Ik doe altijd alles op gevoel’. Toen dacht ik: okee, maar jij hebt hartstikke veel ervaring. Hoe doe ik dat dan? Maar hoe langer ik bij de stichting werkte, hoe meer ik mijn gevoel bij de training van Espirit ging betrekken, hoe duidelijker het me werd en hoe meer Espirit haar best voor mij begon te doen.”

“Op de manege werd er altijd tegen mij gezegd: ‘Het paard moet gewoon doen wat jij zegt’. Dat is echt zo’n uitspraak die je vaak hoort in de paardensport, maar ik voelde me daar zelf niet lekker bij. Maar als klein meisje volg je het advies maar gewoon op, omdat iedereen het doet. Net zoals met bit rijden, dat doe je dan gewoon zonder erbij na te denken.”

“Espirit heeft me geleerd om ook naar paarden te luisteren. Een voorbeeld: de laatste keer dat ik op haar kon rijden voordat ik naar huis ging, had ik in mijn hoofd dat ik moest rijden. Dus ik stapte op en wilde lekker aan de slag, maar Espirit bleef stilstaan en zetten geen stap vooruit. Op een gegeven moment dacht ik: wat stel ik me eigenlijk aan? Ik zit op haar, dat is genoeg. Ik ga haar lekker knuffelen en aaien. De sterren waren aan het stralen, ik was helemaal alleen met haar, iedereen was al aan het douchen. Toen ben ik gewoon lekker op haar gaan liggen, naar de sterren kijkend, en toen begon ze uit zichzelf rondjes te lopen. Dat was echt een speciaal moment.”

Levensles

“Ze wordt steeds aanhankelijker en laat zich steeds gemakkelijker aaien”

Suzanne maakte ook verdrietige momenten mee. “Ik kan me nog herinneren dat er een keer een merrie, Aurora, binnenkwam bij de stichting waarbij haar eigenaren op heterdaad waren betrapt terwijl ze met stokken op haar hoofd sloegen, zo sneu. Dat paard was ontzettend bang. We wilden haar in een paddock drijven waarbij we er goed op hadden gelet dat we voldoende afstand hielden, omdat we wisten hoe bang ze was. Maar zelfs toen was ze zo angstig dat ze als het ware tussen het hek door kroop om te kunnen ontsnappen. Hoe wreed kunnen mensen zijn om een paard zoiets aan te doen. Het is uiteindelijk wel goed gekomen met die merrie. Ze wordt steeds aanhankelijker en laat zich steeds gemakkelijker aaien.”

“Laura zei een keer tegen mij: ‘Als je je hart over de hindernis gooit, dan volgt je paard vanzelf’. Dat vond ik een prachtige uitspraak, maar ik wist niet echt wat ze daarmee bedoelde. Diezelfde avond ging ik Espirit trainen met een hindernisje. Ik ben zelf niet echt een springheld, en Espirit schoot voor de hindernis vol in de ankers. Ik was haar aan het aanmoedigen, ‘Je kan het, kom op’, en toen besloot ik gewoon af te stappen, waarna ik zelf over de hindernis sprong. En toen volgde Espirit gewoon. Dat is iets wat ik ook meeneem in mijn dagelijks leven: als je iets echt wil dan lukt het ook!”

Bron: Bitmagazine.nl

Ben jij ook Nederland ontvlucht na je studie om tijdelijk met paarden te werken? Laat het ons weten! Stuur een mail met kort jouw verhaal naar bit@eisma.nl en wie weet is jouw verhaal binnenkort te lezen in “Groeten uit…”