Maarten Ducrot
Maarten Ducrot Foto's: Lotty van Hulst

Column Maarten Ducrot: “Veiligheid, een obsessie...”

Gedrag Bit(loos) Column Grondwerk Horsemanship Maarten Ducrot Opvallend Werken aan de hand

De eerste keer dat ik in een peloton wielrenners reed, je weet wel zo’n horde voortrazende agressievelingen op een fiets, was ik bang. Ik zal het maar eerlijk zeggen...

Hoe sneller je gaat, hoe meer je genoodzaakt bent om tegen je voorgangers aan te kruipen. In je eentje kun je 40 per uur halen, in zo’n kudde haal je de 60. 

Toen ik aldus schuin in de bocht hangend geraakt werd omdat renners dan nóg dichter op elkaar komen en zelfs raken, remde ik van schrik en stuurde rechtdoor. Een enorme valpartij was het gevolg. Alle kuddeleden – althans, de jongens die niet gevallen waren – kwamen me vertellen wat ze daarvan vonden.

Ik leerde een zeer belangrijke les: veiligheid, dat ben je zelf. Je draagt bij aan de snelheid van de kudde en tegelijk ben je medeverantwoordelijk voor de veiligheid. Degenen achter je zijn voor hun veiligheid net zo afhankelijk van jou als jij van degenen voor je. Je ziet met al die renners voor je immers niets. Dus je maakt geen onverwachte bewegingen, je waarschuwt bij putdeksels en je beweegt mee met de kudde. Je MOET te vertrouwen zijn. 

Maar dat duurt even. Na verloop van tijd ontwikkelt zich langzamerhand de taal van het peloton of de kudde en leer je ook wie te vertrouwen zijn en wie niet. Dat is de reden dat in de eerste week van een grote ronde er zoveel valpartijen zijn: niemand vertrouwt elkaar nog.

Wat mij opviel toen ik met mijn dochter van vijf voor het eerst in de manege kwam, waren de in roze gehulde, ongeruste meisjes, vaak begeleid door nog ongerustere moeders. Zij benaderden ongeruste kuddedieren met grote ongerustheid. Toch gingen zij erop zitten, zwaar beveiligd met helm en wat dies meer zij. Er ging geen les voorbij of er donderde er wel één van af. 

Vaak betekende dat het einde van de ruitercarrière. Maar de echten, zei men, die stappen weer op. Ik moet bekennen dat mijn dochter en ik tot die categorie behoorden. Ik heb er ik weet niet hoe vaak af gelegen. Ik heb op een paard gezeten dat me intimideerde maar waarmee ik wel even zou bewijzen een sprongetje te kunnen maken. Of Potje met een zweep het water in gedwongen waarna hij er in rengalop uit denderde, mij onthutst en nat achterlatend.

Maar dit is lang geleden. Onze paarden worden vrij gehouden en hebben veel eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast trainen we ze dagelijks. Dat samen maakt dat ze minder snel ongerust worden en sneller weer stabiel zijn. 

En als ze ongerust worden, ‘zeggen’ ze dat van tevoren, MAAR dan moet je wel luisteren. Om die situatie te bereiken heeft ons zeker anderhalf jaar gekost. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.


De Eerste Hulp ziet zo’n 6800 ruiters per jaar, waarmee paardrijden ver boven wielrennen staat. Veruit de meeste (ruim 70%) waren jong (-34 jaar) tot zeer jong (-14 jaar). Bijna allemaal door een val van een paard. Mijn stelling is dat je zo ontzettend veel kunt bouwen aan je vaardigheden en vooral je vertrouwen voordat je een helm opzet en erop gaat zitten.

Als statement van mijn vertrouwen in Potje rijd ik, tot grote ergernis van mijn vrouw, altijd zonder helm en op buitenritten met alleen een neckrope. Daarmee rijd ik hem nageeflijk en in verzameling, maar ik kwam een keer een ruiter tegen met stang en trens, slofteugel en zo’n enorme klep aan zijn helm, die er hardop schande van sprak: “Je hebt geen controle over je paard”. Dat klopt, maar ik vertrouw hem en hij mij. Jij en je paard kennelijk niet. Toch maar naar buiten met helm en touwhalster tegenwoordig. 

Afbeelding