-

Trainen volgens de leerprincipes: de theorie

Leerprincipes Amy Dragoo

Allemaal hebben we het beste voor met ons paard. We proberen continue onszelf, maar vooral ook ons paard te verbeteren. Een paard is ontzettend slim, ze kunnen onwijs snel leren en er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Maar heb je er al eens bij stil gestaan bij hoe een paard leert, bekeken vanuit de psychologie? Ben je je ook bewust van het toevoegen of misschien zelfs het weghalen van bepaalde associaties? In deel 1 van dit artikel legt Lichte Tour amazone, instructrice en gedragstherapeut Jolanda Adelaar de theorie uit van het werken volgens de vier leerprincipes.

Het trainen van ons paard begint eigenlijk al bij hoe het paard wordt gehouden. “Net als kinderen op school, zal ook een paard wat mentaal niet goed in zijn vel zit en stress ervaart moeilijker leren en slechter presteren”, vertelt Jolanda Adelaar. “Paarden gaan stress ervaren als ze worden onthouden van hun basisbehoeften zoals eten, drinken, ruimte, beweging en sociaal contact. Dus als je een paard optimaal wilt trainen is het belangrijk om er voor te zorgen dat dit op orde is.” Om ons paard bewust iets te kunnen leren is het belangrijk om kennis te hebben over het management op stal en de vier leerprincipes gedurende het trainen.

De drie f’s

In het management van haar paarden gebruikt Jolanda ‘de drie f’s’. Jolanda vertelt wat het inhoudt: “De drie f’s staan voor friends, freedom en forage. Friends staat voor de behoefte aan sociaal contact met soortgenoten. Freedom staat voor het leven in vrijheid. Mijn paarden komen elke dag buiten. Ze kunnen rollen, rennen en paard zijn. Een paard heeft deze vrijheid nodig om het grootste deel van de dag te kunnen bewegen. Als laatste hebben we forage, dit is het belang van ruwvoer. Zo krijgen mijn paarden altijd onbeperkt ruwvoer. Het spijsverteringskanaal van een paard is er namelijk voor gemaakt om zeker 16 uur per dag te eten.” Deze drie elementen zorgen er voor dat een paard goed in zijn vel gaat zitten en zo beter kan presteren.

Negatieve en positieve straf

Vanuit de gedragswetenschap wordt er gewerkt vanuit vier leerprincipes. Deze werken niet alleen zo voor mensen, maar ook voor het paard. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen positieve bekrachtiging, negatieve bekrachtiging, positieve straf en negatieve straf. “Bij het leerprincipe negatieve straf gaat het om het weghalen van iets positiefs waardoor het gedrag afneemt. Een voorbeeld is het weghalen van het voer zodra een paard zijn oren in zijn nek legt”, vertelt Jolanda. “Positieve straf gaat om het toevoegen van iets onaangenaams waardoor het gedrag afneemt. Een voorbeeld hiervan is wanneer een paard over het stroomdraad hangt en hiervan een schok krijgt.”

Negatieve bekrachtiging: het weghalen van iets negatiefs

Het leerprincipe negatieve bekrachtiging gaat om het weghalen van iets negatiefs. Jolanda legt uit: “Dit leerprincipe wordt eigenlijk het meeste toegepast tijdens het trainen van onze paarden. We halen druk weg om bepaald gedrag toe te laten nemen. In de praktijk is dat al het geven van een beenhulp. Je geeft druk met je been, het paard antwoordt door voorwaarts te gaan, je haalt de druk van het been weg en het paard leert voorwaarts te gaan voor het been.” Het doel is dan wel om op een zo klein mogelijke (druk)hulp een reactie te krijgen. “Er zijn trainers die beweren dat ze enkel met positieve bekrachtiging werken. Maar in de praktijk gebruik je zowel bewust als onbewust altijd wel iets van druk in de omgang met paarden”, legt Jolanda uit. “Als je bijvoorbeeld je paard poetst en je wil hem opzij zetten met je hand, dan is er al sprake van het ontwijken van druk, oftewel: negatieve bekrachtiging.”

Positieve bekrachtiging: het toevoegen van iets positiefs

“Bij positieve bekrachtiging, een leerprincipe wat eigenlijk nog maar weinig wordt ingezet, draait alles om het toevoegen van iets positiefs wat het gedrag laat toenemen”, vertelt Jolanda. “Als een paard bijvoorbeeld zijn been optilt en hij een snoepje als beloning krijgt, leert hij dat dit gedrag (zijn been optillen) voor hem iets positiefs oplevert (een snoepje).”

‘Positieve bekrachtiging is een verrijking op het lerend vermogen van het paard. Als je je paard met positieve bekrachtiging traint, leert je paard om met jou samen te werken zonder je te ontwijken.’

Primaire en secundaire positieve bekrachtiging

Om de theorie nog iets ingewikkelder te maken wordt er ook onderscheid gemaakt tussen een primaire- en secundaire positieve bekrachtiger. Wil je positieve bekrachtiging toe gaan passen in je training? Dan is het belangrijk om te begrijpen wat dit is! Jolanda legt het voor ons uit: “De primaire positieve bekrachtiger is eigenlijk gewoon het positieve wat het paard krijgt, bijvoorbeeld voer. Om een bruggetje te kunnen maken naar deze primaire positieve bekrachtiger is een secundaire positieve bekrachtiger nodig. Dit kan bijvoorbeeld een specifiek stemgeluid of een clicker zijn. Hierbij is het de bedoeling dat het paard uiteindelijk weet dat na de secundaire positieve bekrachtiger (stemgeluid of clicker) een primaire positieve bekrachtiger volgt (voer).”

Jolanda maakt in haar trainingen, ook onder het zadel, vooral gebruik van positieve bekrachtiging. In deel twee ‘trainen volgens de leerprincipes: de praktijk’ legt Jolanda uit hoe je positieve bekrachtiging kunt toepassen in het oplossen van problemen en tijdens het trainen van je paard.

Bron: Bitmagazine.nl