-

Leren naar leeftijd

Leren naar leeftijd Lisa Dijk | Paula da Silva | Katya Druz| Stacey Wigmore

Een paard leert zijn hele leven. Maar zijn er specifieke dingen die je op een bepaalde leeftijd makkelijker of juist helemaal niet meer aan zijn verstand kunt brengen? Een andere belangrijke vraag is of het lichaam aankan wat wij van het paard verlangen. Wanneer doe je wat?

Leren naar leeftijdLeren naar leeftijd

Geboorte tot twee weken

Er zijn perioden in het leven van een paard waarin het brein extra ontvankelijk is voor bepaalde informatie. Meteen na de geboorte is zo’n moment. “Dit wordt de inprentingsfase genoemd. Hierin leert een veulen fysieke dingen als opstaan, z’n evenwicht bepalen, zogen, maar vooral wie zijn moeder is”, legt klinisch etholoog Machteld van Dierendonck uit. “Het is niet te beïnvloeden door beloning of straf en het is onuitwisbaar. Dieren die na hun geboorte nog enige tijd hulpeloos zijn, zoals honden en katten, hebben dit op een later moment. Vandaar dat je bij zulke dieren er in het beginstadium ook makkelijk bijvoorbeeld een konijn tussen kan leggen, zonder dat ze die meteen opvreten. Veulens moeten kort na de geboorte meerennen. Dan is het noodzakelijk dat ze weten wie hun moeder en wat hun kudde is, zodat ze niet vrolijk op de wolven af huppelen…”

Je kunt als mens gebruikmaken van deze inprentingsfase, maar daarbij is wel enige voorzichtigheid geboden, waarschuwt Van Dierendonck. “Je moet niet te veel tussen ma en kind komen. Laat de merrie het veulen eerst drooglikken en wacht tot het gedronken heeft. En wat ze verkeerd aanleren in deze fase, daar zit je aan vast. Je mag een veulen best leren dat mensen tot zijn sociale omgeving behoren, maar je moet goed weten wat je doet. Als je hem ‘over je heen laat lopen’ of hij kan zich losrukken door te worstelen, dan leert hij dat dus ook.”

Leren naar leeftijd

Twee weken tot een halfjaar

In de eerste twee weken van hun leven leren veulens hun lichaam en hun zintuigen te gebruiken. Contact met andere veulens, maar vooral ook met andere paarden van verschillende leeftijden, zorgt voor ontwikkeling van sociaal gedrag. “Paarden zijn van nature sociaal, maar de specifieke codes en het effect van eigen handelen moeten wel worden ingevuld”, zegt Van Dierendonck. “Ze moeten leren wat er gebeurt als ze hun oren naar achteren doen. En hoe een paard eruitziet dat hen niet aardig vindt.”

Dierenarts en instructeur Menke Steenbergen heeft zich gespecialiseerd in paardengedrag. Ze voegt toe dat als je veulens iets wilt leren, je de sessie maximaal tien minuten moet laten duren. “Anders raken ze overprikkeld.” Gezond kraakbeen en bot krijg je door gezonde voeding en beweging, vooral in de eerste zes maanden. “Als ze te vroeg in het jaar worden geboren en het is nog volop winter buiten, is dat vaak lastig. Dat is dus niet gunstig voor de fysieke en sociale ontwikkeling. Een uurtje in een bak? Het is beter dan niets, maar ze moeten eigenlijk zo snel mogelijk hele dagen naar buiten”, zeggen Steenbergen en Van Dierendonck.
Volgens Van Dierendonck kun je in deze fase oefenen aan de hand. “Begin met het halster om en af te doen. Of voetjes geven. Doe het kort en spelenderwijs, zodat het paard leert dat een mens leuk is. Als zijn eerste contact een dierenarts is die een naald in zijn kont steekt, dan verhoogt dat het vertrouwen niet.”

Leren naar leeftijd

Vanaf het spenen tot 2,5 jaar

In de natuur blijft een veulen ongeveer tot negen maanden bij zijn moeder. Hij leert zich steeds beter te redden zonder directe bescherming. Van Dierendonck: “Jonge paarden horen nieuwsgierig te zijn en de wereld te ontdekken. Ze leren hoe ze zich moeten gedragen door af te kijken en gecorrigeerd te worden door andere paarden. Laat ze liefst opgroeien in gemengde leeftijdsgroepen, of in een groep met één ouder paard, anders hebben ze geen voorbeeld.”
De eerste twee jaar is de beste tijd om een paard te laten wennen aan allerlei dingen. “Laat eens iemand met een paraplu langslopen of leg een zeil, een skippybal of dikke balk in de wei. Wees creatief. Laat ze het zelf uitzoeken, dus neem ze niet aan de hand. Je zult merken dat ze er na enige tijd bovenop staan.” Hoe kun je zien dat het genoeg is geweest? Van Dierendonck: “Als een paard niet meer nieuwsgierig is, wil weglopen of zich verstopt achter een ander paard. Gapen is ook een stresssignaal. Wat hij heeft gedaan was spannend en het is tijd om weer even te ontspannen en te verwerken met soortgenoten.”

Leren naar leeftijd

2,5 tot 3,5 jaar

“Als een paard ouder is dan 3,5 jaar wordt het aanleren van sociaal gedrag een stuk lastiger”, zegt Machteld van Dierendonck. Wat betreft het bijbrengen van oefeningen kun je echter wel even vooruit. “De paarden die we nu hebben, zijn eeuwenlang geselecteerd op hun leervermogen. Een wilde zebra kun je bijvoorbeeld heel moeilijk africhten als rijpaard.”

Het maakt niet uit wat voor ras het betreft, het skelet van paarden ontwikkelt zich met dezelfde snelheid. Vroegof laatrijp bestaat niet als het om botten gaat. Er is geen paard ter wereld dat voor z’n zesde als ‘volwassen’ kan worden beschouwd qua botontwikkeling. Het is dus niet waar dat Quarter Horses vroegrijpe paarden zijn en Arabieren laatrijp, tenminste, als het over hun skelet gaat. Dit is iets om even in het achterhoofd te houden als je een tweejarig paard bekijkt en je afvraagt of je misschien voorzichtig met bHoe ‘volwassen’ ze er uiterlijk uitzien, zegt niets over de binnenkant.

Machteld van Dierendonck wijst erop dat mentale volwassenheid, spieropbouw en de ontwikkeling van botten, kraakbeen, banden en pezen geen gelijke tred met elkaar houden. “Een hengst kan op zijn tweede een merrie bevruchten. Maar dan kun je hem nog lang niet volwassen noemen. Spieren trainen kost even tijd, maar gaat relatief snel. Botten, kraakbeen, banden en pezen ontwikkelen zich veel langzamer. Geleidelijkheid is belangrijk. Driejarige paarden die op de hengstenkeuring een paar rondjes rennen? Dat kan, alleen als het voortraject goed gebalanceerd is geweest.”

Steenbergen: “Maar om daar te winnen moeten ze veel bespiering hebben en het ontwikkelen daarvan vergt training. Zeker zes maanden, terwijl de banden en pezen daarvoor eigenlijk nog niet sterk genoeg zijn. Dat kan tot gevoeligheid voor blessures in de toekomst leiden.”

Van Dierendonck vindt het een groot bezwaar als deze paarden een jaar voor een keuring of jonge paarden-wedstrijd op stal zijn gezet en geen ‘normaal’ leven met vrije beweging, contact met soortgenoten en voldoende ruwvoer meer hebben gehad. Steenbergen vult aan: “Als je een paard wilt dat ook na zijn achtste of negende blessurevrij meekan in het zware werk, dan adviseer ik om jonge paarden-evenementen te vermijden.” Van Dierendonck legt uit wat wel kan. “Haal ze binnen, oefen wat met ze en zet ze weer bij hun vriendjes buiten. Neem een ervaren paard mee als je ze iets wilt leren. Daar pikken ze meer van op dan van ons. Als je ineens alles verandert, hebben ze zo veel stress dat ze slecht opnemen. Doe je het geleidelijk en met behoud van hun leefomstandigheden, dan kan het helemaal geen kwaad en leren ze veel beter.”

Ook Menke Steenbergen waarschuwt dat je niet te vroeg te veel moet doen. “In de praktijk gebruik ik altijd een oude boerenwijsheid: 3 jaar 3 x per week 30 minuten, 4 jaar 4 x per week 40 minuten, 5 jaar 5 x per week 50 minuten. Dat is absoluut niet op wetenschap gebaseerd, maar het werkt aardig. Je kunt best op een driejarig paard zitten en een beetje rondsturen, maar houd de klok in de gaten en zorg dat hij de andere dagen lekker met vriendjes in de wei mag. Natuurlijk doen ze het wel als je meer vraagt. Maar dan gaan ze met een jaar of acht ‘stuk’.”

Leren naar leeftijdLeren naar leeftijd

3,5 tot 5 jaar

Volgens Van Dierendonck hangt het sterk van het voortraject af wat je met een paard van deze leeftijd kunt doen. “Heb je hem geleidelijk opgebouwd, dan kan het paard wel wat hebben. Uitgegroeid qua botten is hij pas tussen zes en acht jaar.” Ze vindt het belangrijk dat niet alleen naar prestaties wordt gekeken, maar vooral hoe paarden dagelijks worden gehouden. “Vaak naar buiten, liefst met vriendjes, ongeacht de omstandigheden, daar worden ze gezonder en sterker van. Als hun lichaam en geest niet op die manier wordt uitgedaagd, krijg je gestreste kasplantjes, die snel stuk gaan en minder goed leren en presteren.” Steenbergen geeft aan dat paarden tot hun vijfde echt nog als kinderen moeten worden beschouwd. “Een B-proefje rijden is niet belastend. Maar ga er niet drie uur opzitten en train ze niet elke dag. Doorzitten op een vierjarige is echt zwaar voor zijn rug. Kijk goed naar het gedrag, want dat vertelt of je te ver bent gegaan. Een paard van deze leeftijd heeft nog niet genoeg dragend vermogen. Als zijn rug moe wordt, drukt hij hem weg. Dat voel je in de aanleuning. Of hij is bijvoorbeeld niet meer aan het been. Tien minuten op de volte in een verzamelde draf? Dat is hard werk op deze leeftijd. Laat hem tussendoor veel stappen en halsstrekken. Het is belangrijk dat een paard onder jou leert ontspannen. Wil dat niet meer? Dan is hij gespannen en laat hij zijn spieren niet meer los en moet je stoppen. Ook bij het poetsen moet je opmerkzaam zijn. Gevoelige rug of wegstappen als je daar poetst? Geef hem vrij tot hij niet meer pijnlijk reageert.”

Leren naar leeftijdLeren naar leeftijd

6 tot 8 jaar

Paarden kennen de puberteit. Dat is een periode waarin ze hun sociale positie meer vaststellen. “Ook ten opzichte van jou. Je moet in deze fase nog consequenter zijn. Hij zal proberen of het ook goed is als hij niet stilstaat bij het opstijgen of zich andere vrijheden proberen te veroorloven.” Steenbergen merkt op dat duidelijkheid belangrijk is. “Als je de hele dag ‘hou op’ of ‘toe ga nou’ tegen een paard zegt zonder antwoord te verwachten, reageert hij daar niet meer op. Geef aan wat je wel of niet wilt en zorg dat dit effect heeft. En daarmee moet het af zijn. Het is overigens ook in deze fase beter als je paard zich kan uitleven in een kudde in de wei, zodat hij dat uurtje met jou zich kan concentreren op wat jij wilt.”

Qua werk zit je in deze leeftijd in een opbouwende fase. Dagelijks een uurtje trainen kan prima, twee tot drie uur in een manege rondlopen met stappauzes is ook geen probleem.

Leren naar leeftijdLeren naar leeftijd

8 tot 15 jaar

Vanaf ongeveer het achtste levensjaar is een paard op de top van zijn kunnen, wat betreft lichamelijke kracht en geestelijke ontwikkeling. Een tot twee uur training is geen zware belasting voor hem. Je kunt hem echter wel stukmaken door piekbelasting. Menke Steenbergen: “Zet je hem 23 uur stil in een stal en laat je hem één uur hard werken, dan gaat het mis. Een paard heeft beweging nodig om de circulatie in zijn benen op gang te houden, zodat afvalstoffen worden afgevoerd en bouwstoffen worden aangevoerd. Door gebrek aan circulatie raken kraakbeen, pezen en banden verzwakt en gevoelig voor blessures. Is een paard erg scheef, waardoor hij bijvoorbeeld meer druk op het buitenvoorbeen zet, dan is één uur zo rondrijden een slijtageslag voor dat been en vaak ook voor zijn rug.” Een derde van de paarden in Nederland moet zijn carrière voortijdig beëindigen door een blessure of kreupelheid. Meestal liggen daar jarenlange lichte overbelasting en gebrek aan vrije beweging aan ten grondslag. Chronische stress door een paard zijn basale behoeften te onthouden, beïnvloedt het leervermogen in negatieve zin.

Leren naar leeftijd

15 tot 20 jaar

Hoewel ze, na een gezond voortraject, nog zeer vitaal en levenslustig kunnen zijn, hebben paarden van vijftien jaar en ouder soms een lichte vorm van artrose en dus meer tijd nodig om op te warmen. Ze zijn soms wat stijfjes bij aanvang van de training en het herstel duurt misschien een dagje langer. “Iets om rekening mee te houden”, vindt Menke Steenbergen. “Maar rust roest. Zet ze niet stil. Mensen worden op oudere leeftijd ook wat strammer, daarvan vinden we het goed als ze blijven bewegen. Het wordt natuurlijk anders als je moet slaan en schoppen om een paard in beweging te krijgen. Als ze kale plekken rond de spoorplek krijgen is er vaak meer aan de hand dan ongehoorzaamheid. Dan wordt het tijd om met de dierenarts te overleggen wat de beste aanpak is.”

Leren naar leeftijd

20 en ouder

Een oud paard kan nog steeds leren. “Het gaat misschien iets minder snel”, zegt Van Dierendonck, die aangeeft dat er nog te weinig echt bekend is over geheugenverlies of dementie bij oude paarden. De hoeveelheid training hangt af van de fitheid. “Sommige kunnen nog elke dag, maar er zijn er ook die er duidelijk geen zin meer in hebben. Die kunnen, zolang ze gezond zijn, uitstekend dienen voor een rustig rondje in stap, als gezelschapspaard of voor de opvoeding van jonge soortgenoten in de wei. Mijn oude merrie van 26 is nog steeds haantje de voorste als we buitenrijden.”

Twijfel je of je paard gewoon een oude brombeer is of ergens pijn heeft? Soms kan het nuttig zijn om, in overleg met je dierenarts, pijnstillers te geven. Leeft hij op, dan weet je dat hij pijn heeft en moet je overwegen hoelang je hem daarmee wilt belasten. Een moeilijke keuze. Schuif het niet voor je uit en praat erover met je dierenarts.

Meer weten? Kijk op www.centaur.pro of www.equusresearch.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant