-

Hoe zit dat: Kun je een paard opvrolijken?

Arnd Bronkhorst

Je kent het vast: na een lange dag op kantoor kijk je uit naar de avond, waarin je weer lekker gaat rijden met je paard. Maar aangekomen op stal blijkt dat je paard daar totaal anders over denkt: hij kijkt je chagrijnig aan. Als je zelf een baaldag hebt, kijk je een grappig filmpje en is het zo weer goed. Maar werkt dat ook zo voor je paard? Kunnen we ze opvrolijken? Gedragsdeskundige Arlene Jansen legt het uit.

 “Tijdens mijn opleiding heb ik één belangrijk ding af moeten leren: het vermenselijken van dierengedrag: antropomorfisme”, begint Arlene. “De term ‘opvrolijken’ is een vrij menselijke term, die niet door de wetenschap wordt gebruikt in relatie tot diergedrag.”

Gedrag interpreteren

Als kind leer je al diergedrag te vermenselijken, bijvoorbeeld in sprookjes, tekenfilms en stripboeken. “Kijk maar naar plaatjes in kinderboeken met paarden: ze lachen met hun tanden bloot, hebben hun staart omhoog en rennen rond als ze vrolijk zijn.” Later interpreteren we dat als volwassene weer op dezelfde – menselijke – wijze. “Een paard dat ronddraaft met een hoge staart, snurkende geluiden maakt en regelmatig mest wordt vaak gezien als ‘vrolijk’. Die gedragingen zijn echter gedragskenmerken van stress en opwinding.” En dat doen we steeds meer. “In de sport en fokkerij worden regelmatig menselijke eigenschappen aan paarden toegekend. In rasbeschrijvingen staat: “…type, dat zich onderscheidt door een betrouwbaar, blij en werkwillig karakter. Of denk maar eens aan de term ‘happy athlete’ die we steeds vaker gebruiken.”

‘Als kind leer je al diergedrag te vermenselijken, bijvoorbeeld in sprookjes, tekenfilms en stripboeken’

Dieren en emoties

Maar heeft een paard dan helemaal geen emoties? Dat gelukkig wel. “Wetenschappers erkennen dat paarden primaire emoties hebben, zoals angst en woede, maar ook vreugde. Emoties bij paarden zijn echter moeilijk meetbaar. Je kunt het fysiologisch meten en dat kan een indicatie geven van een bepaalde emotionele arousal, maar de waarde die eraan gehecht wordt hangt af van de waarde die het paard eraan hecht.” Er zijn natuurlijk emoties die goed te herkennen zijn, zoals angst. “Doordat paarden een fysieke en gedragsmatige respons vertonen om uit de gevaarlijke of bedreigende situaties te ontsnappen. Dat herken je beter dan bijvoorbeeld vreugde.” Een paard is en blijft een prooidier, dat is ook de reden dat ze pijn slecht laten zien. “Opvallende gedragingen kunnen de aandacht trekken van roofdieren. Maar gedragingen die het paard als prettig ervaart, zoals spelen, rollen en zonnebaden, zal hij alleen doen in een veilige omgeving.”

‘Wetenschappers erkennen dat paarden primaire emoties hebben, zoals angst en woede, maar ook vreugde’

‘Opvrolijken’

De term ‘opvrolijken’ is volgens Arlene in de paardenwereld anders dan bij ons. “Je kunt het beter vervangen door het optimaliseren van het welzijn.” Dierenwelzijn is een complex begrip en het omvat zowel het fysieke als mentale welzijn. “Eigenaren zijn gemiddeld twee à drie uur bij hun paard, de overgebleven uren – zonder eigenaar – hebben grote invloed op het welzijn.” Het is dus belangrijk dat je paard zich in de tijd dat jij er niet bent natuurlijk kan gedragen. “Moderne concepten zoals een ‘paddock paradise’ spelen goed in op de behoefte van een paard.” Maar ook tijdens het trainen kun je veel doen om het welzijn te vergroten. “Kennis van leerprincipes en de fysieke (on)mogelijkheden is heel belangrijk om je paard goed te kunnen trainen. Door de leefwijze en training van je paard te optimaliseren en het aan te passen op het individu kun je het welzijn aanzienlijk verbeteren. Of antropomorf gezegd: dan kun je je paard opvrolijken.”

Nuttig

Antropomorfisme kan dan wel veel misverstanden veroorzaken over paardengedrag, volgens Arlene kan het ook heel nuttig zijn. “Een eigenaar die een gedragsverandering ziet bij zijn of haar paard en vermoedt dat het paard niet ‘vrolijk’ is, moet heel serieus genomen worden. Een gedragstherapeut kan een grondig onderzoek doen van het totale paard en zijn leefswijze. Daarnaast kan hij ook een gedragsobservatie doen zodat er een diagnose kan worden gesteld en een behandelplan kan worden gemaakt. Een goede samenwerking met een dierenarts is daarbij van groot belang.”

In Bit 227 lees je meer over antropomorfisme. Je kunt Bit ook online lezen!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant