-

De meest gemaakte inrijfouten

Lonneke Ruesink

Het inrijden van jonge paarden is een vak apart. De ervaring kan een paard voor zijn leven tekenen. Instructrice Marion Schreuder beleerde al veel paarden. Zij beschrijft de meest gemaakte inrijfouten en hoe je het wel aanpakt.

Is een paard gewend aan een ruiter op zijn rug, dan begint het eigenlijk pas echt. Hij moet leren wat je bedoelt met je hulpen en balans ontwikkelen met jou als nieuwe factor om rekening mee te houden. Het is belangrijk dat dit op de juiste manier gebeurt. Eenmaal aangeleerd is het moeilijk om fouten weer af te leren. Deze fase is daarom geen project waar een onervaren ruiter zich aan moet wagen. Ook niet als een paard op zich braaf is. Zorg voor deskundige begeleiding.

1

“Je moet vooral consequent zijn”, vertelt instructrice Marion Schreuder.  “Weten wat je doet is niet genoeg, het moet ook duidelijk zijn voor een paard. Dat heeft niets met aanpakken te maken. Veel begrip en geduld, dat is juist nodig. Als je iets vraagt, stop dan niet voordat het gebeurt. Wees vriendelijk én vasthoudend. Beloon als je het antwoord krijgt, zodat het paard leert dat die reactie kennelijk de goede was. Herhaal het om het te bevestigen. Zorg ook dat je dingen die je wilt van een paard altijd op dezelfde manier vraagt. Anders snapt hij er niets meer van en raakt het vertrouwen verstoord. Hij moet weten wat hij aan je heeft.”

Al is een jong paard nog zo lief, je bereikt er niets mee als je daarom dingen door de vingers ziet, zoals toch een pasje weglopen bij het opstijgen, een hapje gras nemen onderweg of niet meteen reageren op een hulp. Als je hier vanaf het begin kritisch op let, dan heb je daar later plezier van. Bovendien is het voor het paard prettiger, hij hoeft dan geen foute gewoonten af te leren.

Beenhulpen zeggen een jong paard niets. Sommige paarden in opleiding staan alleen stil, andere rennen onbeholpen rond aan de longeerlijn. “In het begin heb je hiervoor je helper, een persoon op de grond, nodig. Die moet snel reageren; dus niet wachten tot een paard stilvalt en dan ineens de zweep laten knallen. Beenhulpen uitleggen aan een paard doe je ook met je stem. Als het goed is weet hij van het longeren wat je bedoelt en kun je de twee combineren. Gaat een paard rennen, laat hem dan rustig uitlopen en probeer hem met je stem tot rust te brengen. Ik zit altijd enigszins voorover, maar wel goed in balans. Help hem het evenwicht te behouden, zodat jullie overeind blijven. Ga niet trekken en ook niet achterover hangen. Als hij terugkomt in tempo kun je met je zit zijn rug iets meer belasten, zodat hij leert dat dat de hulp voor terug is.”

Als een jong paard braaf is en veel aanbiedt, dan bestaat het risico dat hij wordt overvraagd. Het mag er dan misschien groot en flink uitzien, besef dat pezen en botten veel meer tijd nodig hebben om sterk te worden dan spieren. “Ook dit is een kwestie van ervaring en aanvoelen wat een paard kan. Twee à drie keer per week rijden is het eerste jaar echt genoeg.”

Dit is een samenvatting van een artikel uit Bit 186, dit nummer kun je hier nabestellen.