-

Je paard (op)meten is weten!

Frank Sorge

Welke maat singel heb ik nodig? Hoe zwaar is mijn paard eigenlijk? Moet dat bitje een 12,5 of een 13,5 zijn? Wat is de normale lichaamstemperatuur van mijn paard? Geen twee paarden zijn hetzelfde, dus het is soms maar de vraag welke maten je paard nodig heeft. Met dit lijstje van handige opmeet-tips ken jij jouw paard voortaan tot op de centimeter nauwkeurig.

1. Het gewicht van je paard

De handigste manier om het gewicht van je paard te meten is met het gebruik van een enorme weegschaal. Jammer genoeg heeft niet iedereen zo’n weegschaal tot zijn beschikking.

Een andere slimme manier om je paard toch te wegen is door je paard in de trailer op een weegbrug te zetten. Trek dit gewicht van het gewicht van de lege trailer af en je weet hoe zwaar je paard is. Daarnaast zijn er ook nog speciale ‘weegbanden’ op de markt: een soort meetlint waarbij je het gewicht van je paard direct kunt aflezen aan de hand van zijn borstomvang. Maar: je kunt ook je rekenmachine bij de hand pakken en aan het rekenen slaan.

Er bestaan tal van formules om het gewicht van je paard te bepalen. Niet iedere formule is even nauwkeurig, maar het is leuk om eens te proberen! Een welbekende formule is de volgende: ((borstomvang in cm x 4,3) + (schofthoogte in cm x 3)) – 785 kilogram = gewicht in kilogram.

Van de meeste paarden is de schofthoogte bekend. Weet je die niet: meet hem dan vanaf de schoft en trek de dikte van eventuele hoefijzers van de uitkomst af. De borstomvang kun je bepalen door een meetlint over de schoft, achter de voorbenen langs, weer omhoog te brengen naar de schoft. Precies daar waar de singel ligt dus!

Oh, en wil je het helemaal hip aanpakken? Bepaal dan het gewicht van je paard met zo’n handige app!

2. Dekenmaat

De onderlengte die je meet voor het bepalen van het gewicht van je paard is ook een handige indicator voor de juiste dekenmaat. De maat van de meeste dekens wordt aangeduid met onderlengte of ruglengte. De ruglengte meet je vanaf de schoft tot de staartaanzet.

Wist je dat je de onderlengte ook weer kunt bepalen met de formule stokmaat + 30 = onderlengte?

3. De juiste bitmaat

De lengte van een bit wordt gemeten tússen de bitringen. Bij een watertrens meet je van het gat waar de ring doorheen gaat naar het andere gat. Je kunt de bitmaat natuurlijk het makkelijkste meten door de lengte van een oud, passend bit op te meten. Heb je dat niet, dat kun je de lengte ook meten met een stukje touw. Plaats het touwtje in de mond en maak aan weerszijde van de mond een markering. Zorg ervoor dat je aan beide kanten ongeveer 0,5 centimeter bijtelt. Meet het lintje op en je weet de juiste bitmaat!

De meeste kleine paarden hebben bitmaat 12,5 centimeter, middelgrote en grote paarden maat 13,5 en de echte reuzen hebben een bitje van minstens 14,5 centimeter nodig.

4. De lichaamstemperatuur van je paard

Foto: Frank Sorge

De temperatuur van een paard meet je op in het rectum, net achterin de anus. Dat kan gewoon met een normale thermometer. Voor een goede meting moet de thermometer ver genoeg naar binnen dat je hem nog net vast kunt houden. Houdt hem trouwens goed vast of knoop een touwtje aan de thermometer, want hij kan zomaar naar binnen floepen!

Een gezond paard heeft een temperatuur tussen de 37,4 en 38 graden Celsius. Vanaf de 38,9 graden is er sprake van koorts. Het is slim om je paard met enige regelmaat te temperaturen: zo weet je precies wat zijn normale temperatuur is en pik je onregelmatigheden sneller op!

5. De lengte van de singel

De lengte van een singel wordt gemeten van gesp tot gesp. Het bepalen van de juiste lengte verschilt sterk per zadel. Het ene zadel heeft langere singelstoten dat het andere. Een dressuursingel heeft meestal de juiste lengte wanneer deze ruim boven de ellebogen van je paard uitkomt. Een springsingel is lang genoeg wanneer je hem aan weerszijde tot halverwege de singelstoten kunt aansingelen.

6. De toekomstige stokmaat van je veulen

Hoewel je het nooit helemaal zeker weet, is het altijd leuk om een voorspelling te maken over de uiteindelijke stokmaat van je veulen. Boerenwijsheid zegt dat je jouw veulen het beste kunt opmeten wanneer hij 1 jaar oud is: dan zijn ze ongeveer 90% van hun uiteindelijke hoogte. Met een klein rekensommetje bepaal je zo de uiteindelijke maat. Je kunt ook met een touwtje aan de slag: meet de lengte van de elleboog tot het midden van de kogel. Houdt het afgemeten touwtje daarna van de elleboog naar boven richting de schoft. Het aantal centimeters dat het touwtje boven de schoft uit komt zal het veulen nog groeien.

Kun je niet wachten tot je veulen een jaarling is? Dan kun wanneer het veulen 3 maanden oud is al een schatting doen door de lengte vanaf de grond tot het puntje van de elleboog te meten en dat te vermeerderen met twee.

7. De juiste hoeveelheid voer

Veel mensen denken dat een volle voerschep één kilo weegt. Niets blijkt minder waar. De meeste voerscheppen hebben een inhoud van 1,5 liter. Muesli weegt echter heel wat minder dan brokken. In een normale voerschep past meestal maar 600 tot 900 gram muesli, tegenover 1,2 kilogram brokken. Vaak kun je op de verpakking van je paardenvoer lezen hoe veel gram er in een voerschep gaat. Wil je het echt zeker weten, weeg dan de voerschep op. Vergeet niet het gewicht van de lege schep van het totaal af te trekken.

Wil je zeker zijn dat je bijvoorbeeld een halve kilo brok voert? Weeg dan eens een schep af en markeer de hoeveelheid aan de binnenkant van de schep. Zo weet je zeker dat je jouw paard niet per ongeluk te veel geeft!

8. De maten van je zadel

Foto: Lisa Dijk

Nieuwsgierig wat de maten zijn van je zadel? Je meet de wijdte van de boom door het opmeten van de breedte tussen de takken. De meeste smalle zadels hebben een breedte van 30 centimeter, een gemiddelde boom is doorgaans 32 tot 33 centimeter en een wijde boom meet 34 tot 35 centimeter.

De zitmaat van een zadel wordt gemeten in inches. Je kunt de zitmaat opmeten door de afstand de zadelrand tot de voorzijde te meten. Meet dat niet recht, maar overdwars: van linksvoor naar rechtsachter of andersom. De uitkomst deel je door 2,54 om tot de juiste inchmaat te komen. Een ruiter met een gemiddelde bips past prima in een 17 tot 17,5 inch zadel.

Foto: Frederic Chehu

9. De hartslag van je paard

De makkelijkste plek om de hartslag van je paard te voelen, is bij de slagader die door de onderkaak van je paard loopt. Plaats je wijs- en middelvinger in de groeve in de onderkaak, tussen de wangen in. Voel je een ‘koord’ met een rubberachtige structuur? Dan heb je de slagader gevonden. Druk er licht op met je vingers tot je een hartslag voelt.

Het aantal slagen voor een minuut tellen is best lang. Wil je de tel niet kwijt raken, tel dan het aantal slagen in 15 seconden en vermenigvuldig dat met vier.

De hartslag van een volwassen paard in rust ligt gemiddeld tussen de 28 en 44 slagen per minuut.

10. De beste maat beenbeschermers

Het bepalen van de juiste maat beenbeschermers is meestal een kwestie van passen. Een gemiddeld paarden past prima in een maat ‘full’ al kan de precieze maat variëren per merk. Zorg er in ieder geval voor dat de bescherming niet in de knieholte prikt of ver onder de kogel uit steekt. Een te korte peesbeschermer verliest zijn doel, omdat een paard zijn pezen zo alsnog kan aantikken. Zorg er daarnaast voor dat er nog een vingertje kan tussen de sluiting en het been.

Springschoenen moeten ruim over de achterkant van de hoef vallen en niet te strak om het kootbeen zitten. Te lange springschoenen worden kapotgetrapt en te korte springschoenen verliezen hun functie.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant