-

6 uitspraken waar elke ruiter mee te maken krijgt

Arnd Bronkhorst

Als je de enige binnen je familie of vriendengroep bent die helemaal gek is van paarden, dan krijg je ongetwijfeld wel eens te maken met aparte uitspraken. Hoe erg ze ook hun best doen om je hobby te begrijpen, het lijkt er vaak sterk op dat ze nog een lange weg te gaan hebben. De onderstaande 6 uitspraken komen je vast bekend voor.

#1 Wat zielig, rij jij op een veulen?

Er zijn echt mensen die denken dat alle paarden onder de 1.56 per definitie veulens zijn. En dat heb je ongetwijfeld al eens ondervonden. Vooral shetlanders worden vaak voor veulens aangezien. Hoewel we pony’s graag een eeuwige jeugd zouden gunnen om ze voor altijd bij ons te houden, is niet elke pony per definitie ook een veulen.

#2 Jij hoeft alleen maar te blijven zitten terwijl je paard al het werk doet

Sommige mensen zijn in de veronderstelling dat paarden alle oefeningen uit zichzelf al kennen. Ze zien paarden als een soort voorgeprogrammeerde robot. Of je nu kaarsrecht in het zadel zit of er vierkant naast hangt, het paard doet toch wel wat er van hem verlangd wordt. Het beste in zo’n geval is deze persoon eens een proefritje te laten maken op je paard. Reken maar dat hij of zij snel van mening zal veranderen.

#3 Heb jij nog steeds les? Je kunt toch allang paardrijden?

Ja, het kan aan niet-paardenmensen lastig zijn om uit te leggen waarom je nog steeds les volgt. Ze zien dat je in het zadel kunt blijven zitten en op basis daarvan concluderen ze dat het nemen van les echt niet meer nodig is. Als je het probeert uit te leggen dat je je paard meer wilt leren verzamelen, het ruggebruik beter kan of je schouder binnenwaarts wilt perfectioneren, dan krijg je van een paardenleek al snel een blik vol ongeloof. Alsof je Chinees aan het praten bent.

#4 Kun je niet voor één keer het paardrijden overslaan?

Daar zijn we natuurlijk stellig in. Nee, dat is niet mogelijk. Nou ja, in theorie zou het mogelijk zijn, maar het gaat er voor ons gewoon niet in om een dag niet naar je paard te kunnen. De gedachte alleen al levert je al heimwee op. En je paard zou jou immers ook gaan missen.

#5 Mag ik ook eens op je paard rijden?

Alsof je op elk paard probleemloos op kunt stappen en zonder ervaring kunt gaan rijden. Wat zeg je in zo’n geval? “Heb je er behoefte aan om het zand te proeven?” of “Wil je met 200 km per uur de bak bekijken?” Op je paard ben je zuinig, maar ook op degene die met je mee is gekomen. In dit geval is het beter om uit te leggen waarom het niet kan, dan het proefondervindelijk te moeten laten zien. Of je moet een braaf paard hebben met wie je tegelijkertijd ook punt #2 even uit wilt testen.

#6 Waarom doe je die dingen om zijn poten?

Die opmerking hoor je vaak wanneer je peesbeschermers of bandages omdoet. Zo’n uitspraak voelt alsof er hardop wordt gevloekt terwijl je adem stokt. Wanneer je je na een paar seconden enigszins hebt herpakt en weer in staat bent iets uit te brengen, leg je uit: “Nee, een stoel heeft poten en een spijker heeft een kop. Een paard heeft toch echt benen en een hoofd.”

Lees ook: Niet-paardenmensen verklaren je voor gek door deze dingen

Bron: Bitmagazine.nl