Blog: Paardenbloemen heten niet voor niets zo

Ik ben weer druk, druk, druk. Mijn koliekakkefietje ben ik eigenlijk wel vergeten. Een klein plekje op mijn flank herinnert me nog aan de avond dat ik me van ellende tegen de muur liet vallen, maar verder voel ik me topfit. Daarom kan ik moeiteloos mijn taak als chef weidebeheer vervullen.

Het is de tijd van paardenbloemen en ik heb ooit gehoord dat alleen een strak maaibeleid dat spul binnen de perken houdt. Zodra ons draadje in de wei een metertje wordt verzet, maai ik dus zo snel mogelijk al die vrolijke gele bloempjes met blad en al een kopje kleiner. Ook de bermen probeer ik zo goed en zo kwaad mogelijk van alle paardenbloemen te ontdoen, maar het vrouwtje werkt slecht mee.

Kleine paardenbloempjes zijn het lekkerst. Je moet voorkomen dat het witte pluizenbollen worden, want dan kriebelen ze in je neus en smaken ze nergens meer naar. Het spul wordt bitter, dus dan moet je vaker naar je drinkbak wandelen en dat is zonde van je weidetijd.

Wat ik niet wist, is dat paardenbloemen niet overal paardenbloemen heten. Een oude vriend van mij woont tegenwoordig in België en die heeft het dus over pissebloemen en beddezeekers. Ik weet nog goed dat dit tijdens ons ponykamp zoveel jaar geleden tot enige discussie leidde. Voor jullie info: onze ponykampen waren vakanties met bosritten en wijn, zonder aanwezigheid van ook maar 1 pony, maar onze vrouwtjes noemden het vanuit jeugdsentiment zo, dus op den duur ga je daarin mee. Silly, mijn reuzenvriend die verhuisd was naar Belgenland en ik terugzag op ons jaarlijkse ponykamp, mocht niet eens de wei in, omdat hij dan volledig uit zijn panty ging. Nogal dom, want toen moesten mijn vriendin Tracy en ik de klus samen klaren. Had ik eigenlijk al mijn aandacht nodig voor die bloemen, moest ik ook nog één oog op haar gericht houden. Want pff, niets zo veranderlijk als een dame. Het ene moment wilde ze dat ik lieflijk door haar manen kroelde, het volgende moment stond ik blijkbaar net boven dat groene sprietje waar madam d’r zinnen op had gezet… Op aanwijzingen van Sil, die het zelf presteerde om tijdens onze ritten over elke boomstronk te struikelen – maar dat terzijde, moest ik halsbrekende toeren uithalen om buiten het bereik van haar tanden en hoeven te blijven. Toch hield ik van haar…

Vanuit ons weitje vol paardenbloemen hoorde ik Sil vanaf stal wat aanwijzingen roepen. “…Beddezeekers…!” Wat? Waar? Vriendin Tracy, die kon flippen op bakkabouters en al wat bewoog, richtte paniekerig haar hoofd op, want dat klinkt dan toch ineens als familie van de roze olifant. Ze schoot op me af, want die huppelepup zeekers konden beter eerst mij opeten dan haar. Maar ja, ik was druk met mijn paardenbloemen en zag dr pas op het laatst met wit in de ogen opduiken. Whaaa, dat was schrikken hoor!

Gelukkig hinnikte Sil er vervolgens paardenbloemen achter aan, waar ook Tracy terstond van kalmeerde. Sindsdien eet ik die bloemen met nog meer fanatisme. Volgens de koeien verderop is het een medicijn tegen darmstoornis. Met mijn koliek vers in het geheugen en de mooie herinneringen aan alle (on)gein tijdens onze ponykampen, denk ik er verstandig aan te doen al die knapperige blommen zo snel mogelijk te verorberen.

Er schijnt ook geen logische verklaring te zijn voor de naam paardenbloem. Waarom ze die dingen bij ons in de streek zo noemen en elders een urinoire verwijzing hebben gegeven, doet er voor mij niet toe. Voor het geval mijn maat Ace er overheen wil plassen, zorg ik gewoon dat ze op zijn. Ze heten toch niet voor niets paardenbloem? Een bloem die gegeten wordt door paarden. Als chef weidebeheer wil ik het weidebeleid er vooral niet moeilijker door maken, dus: eet smakelijk!