Blog: Ouderdom komt met gebreken

Pff, lekker hoor, een paar dagen bewolking, miezerregen en koele nachten. Het kost me moeite om toe te geven, maar ik was er wel even aan toe. Ook met mijn 26 lentes op de verjaardagskalender hield ik altijd vol een jonge god te zijn. Maar stiekem merk ik dat ik toch stukje bij beetje ouder wordt….

Kon ik eerder niet lang genoeg mijn gouden lokken door alle zonneschijn laten verwarmen, nu vind ik het prima als die koperen ploert achter de wolken verdwijnt. Ik krijg ook steeds meer de kriebels van alle beestjes. Natuurlijk, ik heb een niet te vernachelen vliegendeken. Ik heb een imago als  sloper hoog te houden, maar deze is echt niet kapot te krijgen. Die stekende en bijtende krengen kunnen dus echt niet op mijn steeds iets holler wordende rug gaan zitten. Maar elk voordeel heb z’n nadeel, of zoiets: hoe minder er op je lijf zitten, hoe meer ze tegelijk op je hoofd, hals en benen landen.

Mijn maat Ace laat zich van voren en van achteren en van onder tot boven inpakken. En kan daarmee op zijn dooie akkertje heel wat gras wegkanen. Maar als ik hem in zijn riddertenue inclusief indianentooi blij de wei in zie galopperen, dan krijg ik spontaan de kriebels. Ik heb ook zo’n tooi hoor – en het vrouwtje heeft vorige zomer ook stug volgehouden dat ik die aan mijn halster droeg – maar blijkbaar heb ik zielig genoeg gekeken om nu zonder irritant wiebelende slierten voor mijn ogen naar buiten te kunnen. Toch ben je dan druk hoor: vliegen van je ogen weghouden, dazen van je hals slaan, en dan ook nog al het gespuis in de gaten houden dat rondcirkelt. Pfff…



Na een uur of vier heb ik het tegenwoordig wel gehad. Zodra ik op het erf enige beweging ontdek, slenter ik naar het hek en ga daar overtuigend staan turen: ‘Sesam, open u, Sesam, open u, Seeeesammmmm, oooooooopen u…’ Helpt he-le-maal niks! Dan lebber ik in de andere hoek van de bak wat in het waterbakkie om daar door de heining heen te gluren om te zien of ik al door iemand zielig gevonden wordt. Is er niemand, of doen ze alsof ze me niet zien, dan laat ik me pontificaal in het midden van de oververhitte bak zo’n beetje dood neervallen.

Daar hapert mijn performance een tikkie, want ik durf maar zelden compleet gestrekt. Ace kan dat als de beste: languit, hoofd in het zand, ogen stijfdicht en zelfs snurken kan die gast! Ik heb toch altijd het gevoel dat ik de boel in de gaten moet houden, dus ik ga wel liggen en krijg dan een zwaar hoofd dat telkens een beetje dieper zwikt, maar zodra de zandkorrels serieus in mijn neusgat kriebelen, lift ik mijn hoofd, want ik moet er niet aan denken dat er zand in mijn oren komt.

Maar de ouderdom kun je natuurlijk wel gebruiken om heerlijk Oost-Indisch doof te zijn. Daar zit dan ook de kunst: een ieder blijven negeren alsof je diep in slaap bent, om je dan helemaal het leplazarus te schrikken als ze dicht in de buurt polshoogte komen nemen. Dan spring ik op, zo soepel als dat nog gaat met 26 jaar, knipper met mijn ogen, hoest overdreven een paar keer flink en ga dan direct dramatisch met mijn hoofd staan schudden tegen de insecten. Ohja, en dan heb ik ook nog eens vre-se-lij-ke jeuk aan de binnenkant van mijn bovenlip: schuren aan het been helpt amper en toont niet erg indrukwekkend dus dan zorg ik dat ik ergens sta waar ik mijn bovenlip hardhandig over de stenen kan schrapen. Tadaaa!

Het hek zwaait open, mijn maat wordt geroepen en ik mag naar binnen. Na een plasje, een korstje brood en nog wat water is het dan echt verkoelingstijd: ik mag onder de douche! Heerlijk hoor, even verlost van alle kriebels en warmte. Het vrouwtje heeft er speciaal een fijn spuitdingetje voor gehaald. Gaandeweg mijn douche knap ik al snel op en komt de jonge god toch weer in mij boven drijven: wanneer gaan we naar de wei?!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant