Blog: Mest- en voerbeslommeringen

Liesbeth Wesdijk blog

Het zal wel aan m’n leeftijd liggen, maar het lijkt wel alsof de paarden elke winter meer poepen en vreten. Natuurlijk zal het één ook met het ander te maken hebben. Meer eten is natuurlijk ook meer mesten. Maar, geen hooi meer geven om mezelf te sparen is uiteraard ook geen optie.

Natuurlijk veroorzaken twee Shires een groter mestoverschot dan twee Shetlanders, maar soms heb ik ook het gevoel dat ze het er om doen. Dat ze ’s nachts even met z’n tweeën de strategie doorspreken zeg maar. “Doen we vandaag een zogenaamd schone dag of juist een vieze?” En dan vooral dat ‘zogenaamd’. Want je wordt bedot waar je bij staat door die twee.

’s Morgens gooi ik ze naar buiten en werp dan een korte blik de stallen in voor ik aan m’n broodnodige bakje thee begin, anders ben ik de hele dag niks waard. De ene dag lijkt het heel erg mee te vallen, op een paar mestplekken na ziet alles er nog prachtig schoon uit. Na een uurtje wakker worden achter de computer komt de waarheid extra hard aan. Beide dames hebben keurig al hun mestballen en natte plasplekken verstopt. Echt, m’n katten kunnen het ze niet verbeteren. De andere dag lijkt het een enorme zooi in de stallen, maar hebben ze hun balletjes op de juiste plekken gedeponeerd en heb je krap aan twee kruiwagens vol, in plaats van drie of vier. Brave paardjes!



Wiebelen

Evengoed is het niet m’n favoriete klus. Vooral omdat onze mestbult al vier jaar lang uitgereden zou worden. Let op het woordje ‘zou’. Onze loonwerker had altijd wel een smoesje waarom het niet kon. En nu we de loonwerker hebben ingeruild voor een hopelijk meer betrouwbare, werkt het weer al een half jaar lang niet mee. Want het is echt veel te nat om met de tractor het land op te gaan. En dus wiebelen we maar door naar een steeds hogere en lastiger te bereiken bestemming met een volle kruiwagen. Ooit zal het wel goed komen toch?

Dankzij de nieuwe loonwerker hebben we in ieder geval afgelopen zomer nog net op tijd ons hooi binnen kunnen krijgen. Alleen wel in grote rondbalen en niet in veel gemakkelijker te voeren kleine baaltjes. En, de paarden vinden dit veel minder lekker dan het drogere hooi in die kleine pakketjes. Dus wordt er met lange tanden gegeten. Evengoed eten ze wel door (anders zou ik immers niet zoveel mest hebben en zouden ze ook niet behoorlijk rond zijn), maar de tegenzin straalt er van af. En hoe vaak ik ze ook vertel dat de paardjes bij de Oostvaardersplassen er heel blij mee zouden zijn, het helpt niks. We doen zo’n 7 tot 8 dagen met een baal en pas na 4 dagen gaan ze het lekkerder vinden. Waarna we 3 dagen later weer hetzelfde verhaal krijgen over de paardjes bij Lelystad.

Watjes

Voor typisch Engelse paarden zijn het wel een paar watjes trouwens. Bij de eerste druppel regen staan ze al onder het afdak te schuilen. Pas met een lekker voorjaarsachtig zonnetje verwaardigen ze zich om het weiland op te gaan. We hebben land zat, dus in de winter mogen ze één wei helemaal kapot lopen, dat trekt wel weer bij in de zomer. Alsof ze mij een plezier moeten doen, lopen ze één, hooguit twee rondjes op de wei en zoeken nog wat karige grassprieten tussen de nu eindelijk opgevroren modder. Ze zijn er snel klaar mee en gaan weer staan te kieskauwen onder hun afdak. Je ziet de chagrijnigheid er vanaf druipen bij elke pluk hooi die ze in hun mond stoppen.

Dit voordrooghooi is een stuk rijker dan gewoon hooi, dus krijgen de meiden momenteel totaal geen krachtvoer. Zelfs onze drachtige dame niet. En als je ze ziet zou je dat niet zeggen, ze zijn beiden rond en glanzend. Lucy ziet eruit alsof ze met een maand al moet bevallen, maar het duurt echt nog 4 maanden tot het zover is. Ik kan niet wachten! Al is het alleen maar omdat de winter dan al lang en breed voorbij is. Dus kom maar op met die lente, ik ben er klaar voor! Alleen nog maar een paar maanden uitmesten…

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant