Blog: Keuzes maken

Veel ervaren instructeurs zullen het beamen. Er is sprake van een omslagpunt ofwel een kritiek punt bij tieners rondom de dertien jaar; blijven ze paardrijden of wordt de cap aan de wilgen gehangen? Paardenmeisjes die jarenlang compleet hotel de botel zijn van alles wat met paarden en pony’s te maken heeft en dan ineens de liefde lijken te verliezen. Is het de druk van de middelbare school? Zijn het de hormonen? Of misschien wel een beetje van allebei.

Feit blijft dat de status van paardenmeisje ineens aan het wankelen gebracht kan worden. Waar wordt voor gekozen? Blijven het de paarden of worden het jongens op brommers, vriendinnen of andere hobby’s die buitengewoon belangrijk worden?

Tijdens cursusdagen die ik begeleid komt regelmatig de vraag of daar iets aan is te doen. Is het mogelijk om als manege of als instructeur er voor te zorgen dat tieners blijven rijden? Een discussie volgt meestal snel, want een simpel antwoord is er nooit. Want als ze blijven rijden, kun je dan de conclusie trekken dat dit komt door de juiste begeleiding? En hebben de afhakers dan een waardeloze instructeur gehad? Iemand die de juiste snaar niet wist te raken. Deze conclusies lijken mij veel te simpel en te generaliserend.



Mijn eigen dochter, inmiddels veertien jaar, kan ook als wankelaartje worden betiteld. Toen wij zelf nog geen paard hadden, maar het gesprek over aanschaf wel aan tafel werd gevoerd, was mijn dochter duidelijk. Het moest een springpaard worden. Mijn man was net zo duidelijk. ‘We kopen geen paard voor haar’, zei hij stellig. Met meer dan vijfentwintig jaar ervaring als instructeur, nam ik deze boodschap serieus. ‘Als ze straks de kolder in haar kop krijgt, zitten wij met een heet springpaard opgezadeld’. Tja, niet zo handig als je bedenkt dat ik geen ruiter ben en mijn man geen ambitie meer heeft om te springen.

En dus kochten we onze wit gestippelde, nog niet ingereden driejarige ruin. De eerste paar weken vond ze hem nog wel leuk. En had ze nieuwe leren rijlaarzen nodig want haar voeten groeiden nu niet meer. En ook een andere rijbroek kon ze goed gebruiken. Maar al vrij snel nam de interesse af en ze kon het schudden met haar ruiter wensen. En ja, haar verminderde interesse viel ook samen met een behoorlijke druk van de middelbare school. En ze had het maar druk met al haar, voor mij virtuele vrienden, wanten binnen kwamen ze nooit. Maar een conclusie trekken wilde ik niet. Want ik zag ook dat ze niet zo uit de voeten kon met ons paard. Te jong en onervaren allebei? Het zou zo maar kunnen.

Soms zag ik een vleugje jaloezie als ik verhalen vertelde of foto’s liet zien van onze verzorgster Michelle, die wij hadden gevonden. Of was het een verlangen naar die tijd van vroeg opstaan en met haar vriendin voor dag en dauw vertrekken naar de manege. Keihard werken en dan zo blij zijn om je, inmiddels bevroren vingers, te kunnen warmen aan een bekertje chocolademelk. ‘Ik mis dat wel hoor mam’, zegt ze, als ik vraag of ze nog wel eens denkt aan haar manegetijd. En bij het uitspreken van de naam van haar verzorgpony die ze jarenlang vertroetelde; druppelen de tranen zomaar ineens naar beneden. Ondanks haar keuzes is het gemis groot.

En zo ingewikkeld zal het voor meer tieners zijn. Afhaken wil niet altijd zeggen dat de liefde voor het paard(rijden) weg is. Soms zit er alleen een laagje overheen. Er moet namelijk gegroeid worden; de puberteit staat te popelen om los te breken. En daar hoort het leren maken van keuzes bij; van alle soorten en maten. Maar wat je ook beslist, je hebt altijd het recht om ergens op terug te komen. Want wat nu belangrijk is, kan over een tijdje totaal onbelangrijk zijn. Zo ook bij mijn dochter. Het begint deze dagen weer te kriebelen. ‘Ik wil wel weer een vaste dag mee naar stal mam’. We hebben er direct een nieuwe rijbroek op gekocht. Ook moeders mogen van gedachten veranderen.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant