Blog: Kanariegeel na eerste valpartij

Ik ben vorige week van mijn paard gevallen. Het moest er een keer van komen. Zo had ik al opgepikt van ervaren paardenmensen om mij heen. En ik ben er zelfs mee gefeliciteerd. Kennelijk is het toch een mijlpaal die je hebt bereikt ofzo. Hoor ik er nu pas bij? Kun je niet (leren) paardrijden zonder te vallen?

Bij de hippische ontwikkeling van kinderen zullen vele instructeurs dit beamen. Maar als ik de linke onderkant van mijn zesenveertigjarige rug voel en naar de idioot blauw, groen en geel uitgeslagen achterkant van mijn rechterbeen, bekruipen mij toch enige overwegingen. En dan heb ik het nog niet eens over de totale spierpijn-revolutie die de dagen na mijn zandhap ervaring, mijn hele lijf heeft overgenomen.

‘Doe het licht uit en ik kan in mijn eentje een carnavalsoptocht inzetten, zo kanariegeel is mijn vel geworden’



Het gekke is dat de val op zich niet eens zo’n pijn deed. Zou je trouwens niet zeggen als je ziet hoe ik er deze dagen in mijn blootje uitzie. Want zo’n bloeduitstorting verplaatst en verkleurt nogal. Doe het licht uit en ik kan in mijn eentje een carnavalsoptocht inzetten, zo kanariegeel is mijn vel geworden. Maar goed, laat ik niet al te veel de humor op zoeken om de boel te relativeren. Het vallen heeft mij namelijk best wel even wakker geschud. Zelfs mijn man, die als instructeur al vele mensen heeft zien bodemduiken was enigszins aangedaan.

Het was niet zo zeer de val zelf die al deze kopzorgen in werking heeft gezet. Het is iets anders wat knaagt. Ik ben met mijn ene voet heel even in de beugel blijven hangen en daardoor een paar meter op mijn rug voortgesleept door mijn dravende Boris. Die trouwens net zo was geschrokken als ik, zo zag ik aan zijn ogen toen ik na een paar minuten weer naast hem stond. Die paar seconden als alternatieve baksleep waren vreselijk. ‘Dit is het einde’, zo schreeuwden mijn hersenen. En mijn keel voerde deze opdracht hartstochtelijk uit. Sorry mensen, ik weet het, niet verstandig. Wel de praktijk.

‘Dit is het einde, zo schreeuwden mijn hersenen’

Afgezien van mijn lichamelijke deuk, had ik enorme behoefte om te begrijpen wat er was gebeurd. De hele avond hebben mijn man en ik alle ins en outs tegen het licht gehouden. Dat ik waarschijnlijk verwarrende hulpen heb gegeven. En dat Boris toen heel hard ging draven. En dat ik daarvan schrok en blokkeerde. En toen die vlak langs ons andere paard liep, trok ik mijn rechterbeen omhoog om zijn kont niet te raken. Met een van mijn benen omhoog dook Boris de bocht in. En dat was te veel voor mijn beginnersbalans. Hup, daar kukelde ik links naar achteren. Mijn rechterbeen vrolijk schurend langs het zadel. Het verklaart de carnavalskleuren direct.

Mezelf kennende had ik verwacht dat er naderhand nog wel een ontladende huilbui of een paar angstaanjagende beelden zouden opkomen. Maar niks van dit alles. Door het gebabbel met mijn man, zijn extra zorgen en een paracetamolletje of wat, is de val niet in mijn systeem gaan zitten. Op zich wonderlijk, als ik mij bedenk dat het zoveel erger had kunnen aflopen. ‘Je bent moeder van twee kinderen’, spreekt mijn geweten mij op ferme toon aan. Foei. En oei, waar ben je mee bezig?

‘Foei. En oei, waar ben je mee bezig?’

Maar alles wat daarna volgt aan overwegingen is ingewikkeld, persoonlijk en emotioneel. Een eenduidig antwoord over wat je in de toekomst juist wel of niet moet doen, krijg je minimaal. Want reflex en instinct zijn nogal onvoorspelbaar. En verwijtende conclusies richting jezelf over wat gebeurd is, heeft weinig zin. Beginners zijn nou eenmaal onduidelijk in de boodschap naar het paard en het ruiterlijf is nog lang niet altijd in balans. Dus wat er overblijft is berusting. Ik ben gevallen, ik hou van mijn paard en ik ben nog heel. Veel ingewikkelder is het niet.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant