Blog: Het zadelprobleem

Zadels

Overdrijf ik als ik zeg dat iedere ruiter wel eens met een zadelprobleem te maken heeft. Jaren geleden had ik een op maat gemaakt zadel, maar het lag nooit fijn. Altijd zakte het naar rechts tijdens het rijden. Regelmatig liet ik de zadelmaker komen, maar een goede oplossing kwam er niet. Wat was ik blij toen het gestolen werd. Kon ik van het verzekeringsgeld een ander exemplaar kopen dat het trouwens ook niet helemaal was. En weer moest ik een nieuw zadel.

We weten het natuurlijk allemaal wel: een paard is niet op deze wereld gezet om te worden bereden. Met zijn relatief dunne beentjes en kleine voeten moet het paard al honderden kilo’s dragen en daar klimmen wij dan nog eens op. Met onze wensen. We zitten precies op een plek die een fragiele verbinding vormt tussen schouderpartij en bekken.

Bovendien heb je te maken met individuele verschillen. Geen mens is gelijk en ook geen paard. Het ene heeft een hoge schoft, het andere een overbouwde kont. Je hebt er met een korte rug, lange rug, weke rug, ronde ribben, ongelijke bespiering, steile schouders. Een paard kan veranderen door ziekte, ouderdom, overgang naar ander voer, afvallen en aankomen of training.



‘Hoe laat je de mens dan weten dat je het oneens bent met dat ding op je rug?’

Als het zadelt knelt, schuift of drukt, doet dat pijn en daar zit je dan maar mooi mee als paard. Hoe laat je de mens dan weten dat je het oneens bent met dat ding op je rug? Door tijdens het rijden te bokken, schrikken, kreupelen, niet te willen aandraven of galopperen, scheef te lopen, niet te reageren op de hulpen of er tegenin te gaan, je te laten vallen.

gapen

Maar voordat je paard onder het zadel allerlei gedrag vertoont, heeft hij vaak al aangegeven hoe hij erover denkt. Soms als je met het zadel de hoek om komt, maar meestal uit hij zijn frustraties bij het opleggen en aansingelen. Boos kijken – de oren plat naar achteren, een strakke mond of juist ontblote tanden en smalle neusgaten – is een teken dat je paard het opzadelen niet ziet zitten. Maar ook met gapen, wegdraaien met de kont, een bijtbeweging of daadwerkelijk bijten naar schouder, boeg, muur of touw (waaraan hij vaststaat) of trappen richting singel, wil je paard iets duidelijk maken.

Omdat je paard tijdens het opzadelen beperkt is in zijn bewegingsvrijheid, kan hij vaak zijn frustratie niet op het zadel zelf richten. Dus uit hij zijn boosheid op iets anders. Dat noem je omgericht gedrag en valt net als overspronggedrag onder het kopje conflictgedrag. Omdat je paard niet in het zadel kan bijten, richt hij zich bijvoorbeeld op het touw waaraan hij vaststaat.

‘Als je paard gaapt zodra hij het zadel ziet, wil dus niet altijd zeggen dat hij moe is’

Niet alleen kan het paard zijn agressie op een ander voorwerp richten. Ook het gedrag zelf kan zich omrichten. Bijten verandert dan in bijvoorbeeld gapen. Als je paard gaapt zodra hij het zadel ziet, wil dus niet altijd zeggen dat hij moe is.

Wil je weten hoe je paard over het zadel denkt? Loop dan eens met je zadel naar hem toe als hij nog op de wei of paddock staat. Komt hij naar je toe, blijft hij staan of gaat hij weg? Hoe houdt hij zijn oren, ogen, neusgaten en mond? Kun je hem in vrijheid opzadelen?

Heb je het idee dat jouw paard het opzadelen vermijdt? Dan is het zinvol om je zadel te laten nakijken en lichamelijke problemen uit te sluiten. Als je paard dan alsnog probleemgedrag laat zien, neem dan gerust contact met me op via www.aardvanhetpaard.nl.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant