Blog: Grondwerk

Het leukste aan een verzorgpaard vind ik stiekem dat je er niet op hoeft te rijden. Tuurlijk, rijden is leuk. Maar minstens even leuk vind ik het om uren te poetsen, een stal uit te mesten (eerlijk!) of gewoon om in de wei te zitten en dat er dan af en toe een paard zijn grasmond aan mijn hoofd komt afvegen.

Toen ik op zoek ging naar een verzorgpaard, zette ik dan ook duidelijk in de advertentie dat het me niet om het rijden ging. En dat heb ik geweten: er zijn blijkbaar honderden paardeneigenaren in het land op zoek naar iemand die – liefst mét betaling van een maandelijkse bijdrage – drie keer per week hun paard komt longeren en de stal uitmesten. Soms zelfs ‘omdat de andere bijrijders liever alleen rijden, dus ik zoek er nog eentje bij die de verzorging kan doen’ (ja, dat zei ze écht). Gelukkig kreeg ik ook een leuke reactie: van het baasje van vierjarige Paintmerrie Fay, die aanbood me grondwerklessen te geven in ruil voor een beetje extra aandacht voor haar paard. Goeie deal!

Als manegeruiter in hart en nieren was grondwerk een mysterieus, magisch begrip voor me. Ik had wel eens filmpjes gezien op Youtube van mensen met cowboyhoeden en oranje stokken, die wilde mustangs met handgebaren temden en rondjes lieten draven. Het was een groot raadsel voor me hoe je paarden zomaar kunt leren achterwaarts te stappen zonder daarbij met je vinger in hun borst te prikken, zoals ik op de manege deed. En het zag er op die filmpjes zo makkelijk uit!

Dat moesten dus wel paardenfluisteraars zijn, want toen ik mijn eerste grondwerkles met Fay kreeg, voelde ik me als die man uit de autoreclame die zijn paard probeert naar het strand te laten lopen. Hoe ik ook gebaarde of commando’s riep, Fay bleef staan en afwachtend naar me staren met haar grote, bruine hertenogen.

Dorith Graef

 

Inmiddels zijn we maanden verder, en heb ik de basisprincipes van het grondwerk redelijk onder de knie. Maar paarden zijn spiegels, en Fay is een door tl-buizen verlichte spiegel in een pashokje die al mijn onzekerheden genadeloos terugkaatst. Gebaar ik niet duidelijk genoeg dat ze links moet? Dan gaat ze vijf keer rechts. Maar ze heeft wel gelijk, meestal dan.

Na een paar redelijk succesvolle lessen besloot ik als huiswerk de dingen die ik met Fay had geleerd uit te testen op mijn andere verzorgpaard, Wouter. Een groter tegenovergestelde van Fay had er niet kunnen zijn. Wouter is een typische Haflinger wiens grootste motivatie eten is, dus de officiële grondwerkbeloningen van ‘wegnemen van druk’ en ‘vriendelijk stemgeluid’ zijn aan hem niet besteed.

Voor Fay, die het liefst bij je op schoot zou kruipen, is er niets fijners dan het gebaar dat ze naar je toe mag komen. Maar Wouter heeft daar iets meer overtuiging voor nodig. Liefst in de vorm van een appel. En krijgt hij die niet (omdat ik een strenge, gemene dierenbeul van een verzorger ben die weigert te belonen met snoep), dan verandert zelfs het allereerste basisprincipe van het grondwerk in een test van geduld tussen mens en koudbloed. Voorlopig staat de score 5-0 voor Team Haflinger…

Illustratie Dorith Graef

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant