Blog: Gemis

Het leven met dieren heeft één heel groot nadeel. Je gaat belachelijk veel van ze houden. Niet alleen ik trouwens. Mijn hobby heeft ook mijn kinderen besmet met onvoorwaardelijke liefde richting alle haarballen bij ons thuis.

En dat terwijl er in de loop der jaren ook redelijk wat frustratiemomenten voorbij zijn gekomen. Want jonge honden knagen nogal eens wat speelgoed aan diggelen. En dat uitlaten is ook niet altijd leuk. Maar toch, ook zij zouden niet anders willen. De eeuwige kwispelende ruitenwissers als we thuiskomen is inmiddels een onmisbare vitamine voor onze gezo
ndheid.

De liefde voor onze paarden is net zo erg. Tenminste, bij mij dan. Alleen daar zit een probleem. Ik zie ze weinig. Omdat ze niet bij ons aan huis staan, is mijn tijd met ze beperkt. Als mijn man Robert en ik ‘de paarden gaan doen’ zit daar altijd een bepaalde tijd aan. Oké, ik ben goed geworden in rekken van de planning, uitstellen van het moment van vertrekken en lummelen op stal. Maar ik moet een keer naar huis. Of dit nou voor een warme prak is of voor een overdosis vieze onderbroeken. Maar het moet.

Eenmaal thuis betrap ik mijzelf op veelvuldig denken aan Boris & Broes. Soms in een bezorgde vorm en soms gewoon uit nieuwsgierigheid. Mijn houden van neemt kennelijk een nogal bezitterige vorm aan. Ik wil ze gewoon om me heen hebben. Soms voel ik me zelfs moeder de gans. Pas in staat om rustig te worden als ik al mijn kinders onder mijn vleugels heb. Belachelijk natuurlijk, want wat hebben die paarden nou aan al die moederlijke zorg gevoelens op afstand?

En dus droom ik wel eens van de situatie dat onze paarden bij ons aan huis staan. Als ik dit verlangen trouwens deel met andere paardenliefhebbers, krijg ik binnen twee tellen voorgeschoteld dat het hebben van paarden aan huis ook niet alles is. Want ik graag wil aannemen, maar liever zelf wil ontdekken. En mocht dat lukken, vermoed ik dat ik vervolgens dan moet dealen met het gemis van mijn man. Aangezien hij zijn mediatie haalt uit rotzooien rondom stal, zal ik hem regelmatig kwijt zijn. Gebogen over hooibalen of in gedachten slenterend door het weiland.

En dit is ergens ook een troostende gedachte. Dat het nooit perfect zal worden. Dat verlangen naar alleen een richting moet aangeven en nooit een doel moet worden. Bovendien houdt het ervaren van gemis, ook het houden van actief. ‘Absence makes the heart grow fonder’.  Oftewel, afwezigheid maakt bemind. Of ik het er mee eens ben, weet ik nog niet, maar voorlopig lijkt het mij een aardig motto.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant