Blog: En dan die ouders

“Het is leuk hoor, kinderen paardrijles geven, maar het is jammer dat ze ouders hebben.” Een grappig bedoelde opmerking van een instructeur, maar dikke kans dat er een kern van waarheid in zit. “Prima dat ze langs de bak staan, maar laat ze wel alsjeblieft hun mond houden.” Ook deze opmerking suggereert dat ouders het instructeurs behoorlijk lastig kunnen maken met hun verbale aanwezigheid. “Pak je pony verdorie nou eens wat strenger aan!” of “Je moet ook harder drijven joh!” Het zijn maar een paar voorbeelden die worden gegeven door instructeurs als ik hier naar vraag tijdens de trainingen die ik geef over dit onderwerp.

Gelukkig zijn niet alle ouders zo. Het zou me een zooitje worden langs de bak met al da4. Ouderst commentaar. Instructeurs kunnen gelukkig ook rekenen op de afwezige exemplaren. Dat houdt elkaar tenminste een beetje in evenwicht. De ouders die het paardenmeisje ’s morgens vroeg afzetten en aan het eind van de dag, na een appje of drie van de manege leiding, weer komen ophalen. Haar rijlaarzen moeten wel achterin de kofferbak en ze moet ook even op een handdoek zitten in de auto. “Was het leuk”, vraagt de vader? “Ja, heel leuk”, antwoordt zijn dochter. Altijd fijn, die belangstelling en betrokkenheid van ouders bij hun kinderen.

Een ouder die nogal eens wordt onderschat is de zogenoemde sluipschutter. Dan kun je nog beter de verbaal fanatieke hebben. Die zijn tenminste nog te traceren langs de kant. Deze is zo sneaky dat je niet in de gaten hebt hoe desastreus de gevolgen kunnen zijn voor je ruiters. Je hoort ze niet en ze zijn ook nauwelijks te herkennen. Meestal verpakt in een nette rok of ander fatsoenlijk kleding, vertoont deze ouder ogenschijnlijk betrokken gedrag ten opzichte van hun paardrijdende kind. Maar het is allemaal schijn, want het loopt ondertussen dun door de broek bij papa of mama. Daarom kan de sluipschutter kan ook wel omschreven worden als ‘de bangeschijter’.



De bangeschijter vindt dat hele paardrijden eigenlijk maar niks. Het is dat deze ouder slecht nee kan zeggen, want anders was hun kind gewoon fijn op badminton gegaan ofzo. Maar nu het toch zo uit de klauwen is gelopen, moet er natuurlijk wel gehandeld worden. Eigenwijze, drukke en drammerige pony’s zijn potentieel gevaarlijk en dus moet deze ouder het kind een handje helpen tijdens het indelen bij de instructeur. “Fleur wil wel op Radja”, klinkt er boven alle kinderstemmen uit. “Toch Fleur?” Het maakt Fleur ondertussen allemaal geen donder meer uit. Fleur wil het liefst zo snel mogelijk starten met de les zodat ze even is verlost van de zware verantwoordelijkheid om haar bange moeder het leven door te helpen. Maar er is geen ontkomen aan. Mama heeft zich weer eens strategisch opgesteld langs de kant van de bak en elke keer als Fleur langs rijdt slaat ze toe: “Goed vasthouden hé.”

Als laatste wil ik graag jullie aandacht voor de prestatiegerichte ouders. Ook over deze soort kunnen instructeurs een boekje open doen. ‘Het moet wel leuk blijven’ kan bij deze ouders beter vervangen worden door: ‘Er moet wel gewonnen worden’. En dus worden er te vurige pony’s gekocht en de kinderen worden huilend en vol stress van concours naar concours gesleept. In de hoop het ego van de ouders een beetje op te krikken. Dat is namelijk het mooie van kinderen. Ben je zelf niet helemaal geslaagd in het leven? Niet getreurd, je kinderen kunnen een hoop voor je goedmaken. Maar ja, dan moeten ze wel presteren natuurlijk.

Goed, het moge duidelijk zijn. Ouders zijn een hele klus voor mensen die kinderen begeleiden. En ondanks dat deze beschreven types behoorlijk zijn uitvergroot, komen de praktijkervaringen van instructeurs aardig in deze richting. Het is niet alleen de relatie tussen kind en pony waar je veel over moet weten. Een beetje aandacht voor en kennis over de diversiteit aan ouders, kan ook geen kwaad.

Illustratie: Annelies Touw (uit Kinderen leren paardrijden)

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant