Blog: Broeden

Verzorgster Michelle, paard Change en Barbara

‘Rijdt zij ook nog andere paarden?’ Nogal plompverloren valt deze vraag zomaar voor de voeten van mijn partner. De verzorgster van ons jonge paard is net haar eerste rondjes aan het stappen als ze gezelschap krijgen van een onbekende stalgenoot. ‘Euh, niet zoveel geloof ik’.

Hij heeft als instructeur de bak al jarenlang als werkterrein en voelt de bui al hangen. Er moet een ei worden gelegd. En ja hoor, het floept er zomaar uit. ‘Moet ze wel doen hoor’ vervolgt de spontane toeschouwer. Verdraaid, er moet nog meer uit. Helaas voor de behoeftige heeft mijn partner uitgebreid ontbeten en de gedachte aan nog een ei wordt hem teveel. Hij laat nog wat gemompel in de lucht hangen en vertrekt richting midden van bak.

In tegenstelling tot mijn partner, ben ik veel minder behendig in het omgaan met dit soort, uiteraard goed bedoelde, belangstelling. Ik word er door overvallen. Niet voorbereid en direct in conflict met mijn geweten. Want ik worstel als eerste met mijn opvoeding. Oprecht luisteren naar de ander staat in mijn familie nou eenmaal hoog op de lijst van fatsoen. En dus zou ik hoogstwaarschijnlijk hebben geantwoord met een vragend ‘O ja?’ Waarna ik natuurlijk het dikke ei vol paardenkennis in de schoot geworpen zou krijgen.



Het tweede probleem wat deze spontane belangstelling bij mij veroorzaakt, is verwarring. Want eenmaal in de schoot, ga ik er nog op zitten broeden ook. Het zal mijn moederlijke instinkt wel wezen. Alle woorden blijven maar door mijn kop marcheren. Sterker nog. Dikke kans dat ik er nog mee aan het werk ga ook. Even lezen op internet of meenemen in een gesprek met een dierbare. Soms komt alle informatie even tot bedaren en hoop ik dat ze een plekje tot relaxen hebben gevonden. Maar vaak blijft het onrustig in mijn bovenkamer. Broeden is een serieuze aangelegenheid. Daar kun je niet te makkelijk over denken.

Nou gaat het mij natuurlijk niet om de discussie die gevoerd zou kunnen worden over het wel of niet rijden van andere paarden als je een jong paard aan het beleren bent. Wat vast een interessante kwestie kan zijn, maar mijn ei is het op dit moment niet. Mijn probleem is dat ik dat broeden wel eens zat ben. Even niet op het nest kan een hele verademing zijn voor jonge moeders. En dat is precies wat ik ben in de hippische wereld; een jonge moeder. Mijn kind ligt nog nat in de kinderwagen en ik heb tijdens mijn eerste rondje buiten al zes potentiele wereldverbeteraars horen speechen. En ik heb geen kaartje hoeven kopen. Gratis en voor niks.

En zo scharrel ik een beetje rond tussen al het paardenvolk. Aan eieren geen gebrek. Soms moet ik er zelf een kwijt en soms krijg ik er één cadeau van een ander. Maar ook dan is er hoop. Want zelfs als je wordt uitgebroed door een ander, kun je uitgroeien tot een prachtige zwaan. Ook meegekregen tijdens mijn opvoeding. Weliswaar gaat daar een identiteitscrisis aan vooraf, maar dat mag de pret niet drukken. En laten we eerlijk zijn. Gezien mijn leeftijd zou die crisis zomaar het geval kunnen zijn. Godzijdank is daarna het einde van mijn eier-tijdperk in zicht.

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant