-

Test je verkeersinzicht!

Frank Sorge

Bezoek een willekeurig recreatief paardenforum en je vindt talloze gefrustreerde uitroepen over automobilisten, wielrenners en scooters. Achter de schermen wordt gelukkig hard gewerkt aan een veiligere verkeerssituatie voor ruiter en paard. Test ook jouw verkeersinzicht. Want veilig rijden in het verkeer, hoe doe je dat?

Eerst even een testje. Want hoe is het eigenlijk met jouw verkeersinzicht gesteld? Ken jij jouw plaats op de weg en weet jij wanneer je voorrang verleent en wanneer niet? Doe de test!

1.       De route van je stal naar het bos voert je een eindje over de openbare weg, binnen én buiten de bebouwde kom. Wat is als ruiter jouw plaats op de weg?

a.       Je rijdt waar mogelijk op de rijbaan.
b.      Je rijdt waar mogelijk op het fietspad of trottoir.

2.       Je wilt met je paard aangespannen eens lekker door het bos rijden. Waar stuur je jouw rijtuig heen?

a.       Eerst op de rijbaan, dan op het bospad.
b.      Eerst op het fietspad, dan op het ruiterpad.

3.       Gezellig keuvelend rijd je met een vriendin naast elkaar over de weg. Mag dit?

a.       Ja.
b.      Nee.

4.       Je nadert een rotonde. Hoe ga jij te paard de rotonde over?

a.       Je blijft rechts rijden.
b.      Net als overige bestuurders rijd ik op de linkerbaan als ik naar links wil en op de rechterbaan als ik naar rechts wil.

5.       Tijdens een buitenrit passeer je een gezellig grasveldje met picknicktafel langs de weg. Je stopt voor een pauze. Waar laat je je paard?

a.       Je bindt of houdt je paard stevig vast.
b.      Je houdt je paard goed in het oog, maar kunt hem rustig loslaten om te grazen. Gelukkig blijft hij wel je in de buurt.

6.       Je nadert te paard een kruising. Op de weg aan je linkerhand rijdt een auto. Wie heeft voorrang?

a.       Jij.
b.      De auto.

7.       Je wilt als ruiter linksaf slaan op de rijbaan. Hoe pak je dit aan?

a.       Je blijft rechts rijden, kijkt over je schouder en slaat linksaf.
b.      Je kijkt over je schouder, steekt je linkerarm uit, sorteert voor en slaat af.

8.       Je rijdt met een groep vrienden over straat. Het weer was zo mooi, maar het begint te miezeren en een lichte mist trekt op. Wat doen jullie?

a.       Jullie spoeden je naar huis.
b.      Jullie voorzien je van verlichting.

9.       Wat een mooi nieuw stuk asfalt ligt er bij jou in het dorp. Dat vraagt om een galopje. Mag dat?

a.       Nee.
b.      Ja.

10.   Je rijdt in een groep over straat en wilt oversteken. Hoe ga je te werk?

a.       Je steekt in tweetallen over.

b.      Je steekt tegelijk over.

Antwoorden

Vraag 1:

Antwoord B. Als ruiter ben je officieel een bestuurder. Is er geen ruiterpad voorhanden, dan is de rechterkant van de rijbaan jouw plaats op de weg. “Het fietspad en voetpad zijn verboden terrein, tenzij rijden op de rijbaan niet veilig is”, vertelt Rik Steijn van Stal Mansour. Hij werkt al 35 jaar bij de Vrijwillige Politie, waarvan tien jaar bij de bereden politie. “Dat betekent ook dat je als ruiter fietsstroken of bromfietspaden moet mijden. In de berm mag je alleen als de eigenaar van de berm toestemming geeft. Ook met je paard aan de hand val je in de categorie bestuurders. Houd zoveel mogelijk rechts op de rijbaan.”

Vraag 2:

Antwoord B. Als koetsier rijd je met je aanspanning op de rijbaan. Ruiterpaden zijn meestal alleen bestemd voor ruiters, niet voor aanspanningen. “Let echter goed op de borden”, tipt Rik Steijn. “De boseigenaar bepaalt wie op welk pad welkom is. In veel gebieden mag je met de koets wel op de ruiterpaden en juist niet op de lanen en wandelpaden.”

Vraag 3:

Antwoord B. Dit mag niet. Hoe gezellig het ook is, op de rijbaan mag je niet naast elkaar rijden. Achter elkaar is het veiligst. Rijd je met meer dan twee personen, houd dan voldoende afstand, zodat een inhalende auto zich tussen twee paarden kan voegen, wanneer hij tijdens het inhalen een tegenligger treft. “Uiteraard zijn zulke manoeuvres zeer gevaarlijk”, benadrukt Steijn.

Vraag 4:

Antwoord B. Auto’s en brommers mogen inderdaad alle rijstroken op de rotonde benutten, afhankelijk van de afslag die ze nemen. Als ruiter rijd je echter, zowel op grote als op kleine rotondes, rechts. Vergeet niet om richting aan te geven wanneer je de rotonde verlaat.

Vraag 5:

Antwoord A. Het is verboden om rij- en trekdieren zonder toezicht op de weg los te laten lopen. Dit geldt ook voor de berm. Zet je paard dus altijd goed vast. Hiermee voorkom je dat hij de weg oploopt.

Vraag 6:

Antwoord A. Voor de auto kom jij van rechts. Op gelijkwaardige kruispunten die beide verhard of onverhard zijn en niet voorzien zijn van haaientanden, verkeerslichten of andere verkeerstekens, heeft rechts voorrang. Je doet er echter verstandig aan om zelf een reële inschatting te maken van de situatie. Niet elke automobilist is zich ervan bewust dat een ruiter ook een bestuurder is waaraan hij voorrang moet verlenen. Bij een voorrangskruispunt vervalt deze regel overigens. Een dergelijk kruispunt wordt aangegeven met een roodgerand driehoekig verkeersbord met de punt naar beneden, een stopbord of haaientanden op het asfalt. In dat geval verleen je niet alleen voorrang aan auto’s, maar ook aan fietsers en brommers. Voetgangers hoef je alleen voor te laten als ze rechtdoor gaan waar jij afslaat.

Vraag 7:

Antwoord B. Je bent als ruiter verplicht om richting aan te geven met je arm wanneer je afslaat, inhaalt of passeert. Door tijdig voor te sorteren voorkom je dat wordt vastgezet door rechtdoorgaande weggebruikers. Kijk eerst (en op tijd) over je schouder, geef dan richting aan door je arm op schouderhoogte uit te steken, sorteer voor en kijk vlak voordat je daadwerkelijk afslaat nogmaals over je schouder. Bij het wisselen van rijstrook gaat overig verkeer altijd voor. Als menner geef je richting aan door met de zweep in je rechterarm boven je hoofd naar links te wijzen.

Vraag 8:

Antwoord B. Te paard of met je paard aan de hand ben je verplicht om verlichting te dragen in het donker of bij slecht zicht. Officieel wordt zicht ‘slecht’ genoemd wanneer het minder dan 200 meter is. Dit is dus niet alleen ’s nachts het geval, maar kan prima worden veroorzaakt door mist, regen, sneeuw, laaghangende zon of een rookwolk. Je bent in die gevallen verplicht om een licht te ontsteken dat naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht uitstraalt. Bevestig dat aan de linkerkant. Je linkerarm is een logische plaats. Reflecterende bandages voor je paard maken rijden bij slecht zicht extra veilig. Rijd je in een groep? Dan moet ieder afzonderlijk verlichting dragen. Dus niet alleen de koploper en de hekkensluiter. Zorg ervoor dat jullie in de flank ook goed zichtbaar zijn.

Vraag 9:

Antwoord A. Helaas, binnen de bebouwde kom kun je het galopperen beter laten. “Galop op zich wordt niet genoemd in het wetboek, maar het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt, of kan worden veroorzaakt. Of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Glijgevaar blijft ook altijd aanwezig”, verklaart Rik Stijn. “Overigens doe je er zowel binnen als buiten de bebouwde kom goed aan om terug te gaan naar stap wanneer je medeweggebruikers tegenkomt of passeert. Op een woonerf geldt de maximale snelheid van 15 kilometer per uur, wat vergelijkbaar is met de snelheid van een snelstappend paard. Hier komt de uitdrukking ‘stapvoets rijden’ vandaan.”

Vraag 10:

Antwoord B. Door ineens over te steken is de hele groep eerder aan de overkant. Paarden worden hierdoor minder onrustig en lopen niet het risico wachtend op een auto ‘achter te blijven’ terwijl de andere paarden al zijn overgestoken.

Zelf wat doen?

Op www.bitmagazine.nl/verkeer vind je de links naar de verschillende meldpunten.

Bron: Bit 218

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant