-

De ‘gevaren’ van peesbeschermers

Pierre Costabadie

Zo nu en dan laait de discussie in hippisch Nederland weer op en worden paardenfora ermee volgeschreven: de gevaren van peesbeschermers. Deze zouden in bepaalde gevallen meer kwaad dan goed doen voor het kwetsbare paardenbeen. Vooral de voering van isolerend materiaal krijgt er daarbij van langs. Paarden zouden zelfs blijvende beschadigingen oplopen doordat warmte niet kan worden afgevoerd. Maar hoe gevaarlijk is het in de praktijk? Paardenarts Frans van Toor en thermografiedeskundige Irma Wensink delen hun inzichten.

Dierenarts Frans van Toor is gespecialiseerd in orthopedie bij sportpaarden. Hij is medeoprichter van het Sporthorse Medical Diagnostic Centre (SMDC) in Heesch, dat zich richt op onderzoek, behandeling en revalidatie van sportpaarden. Van Toor houdt zich hoofdzakelijk bezig met blessures aan pezen en banden. Als er iemand inzicht heeft in kwetsuren die ontstaan door het gebruik van peesbeschermers, is hij het wel. “Blessures aan de pezen die zijn veroorzaakt door peesbeschermers, zien we niet vaak”, steekt de paardenarts van wal. “De meeste peesblessures ontstaan door chronische overbelasting, bijvoorbeeld door zijgangen of doordat paarden steeds gek doen in de wei.”

Wel is het mogelijk dat peesbeschermers schade toebrengen aan het paardenbeen, dit komt vaak doordat ze niet correct zijn omgedaan of te lang blijven zitten. “Peesbeschermers die niet goed passen, kunnen huidbeschadigingen veroorzaken. Denk aan schuur- of drukplekken. Ook te strak aangesnoerde of te kleine peesbeschermers zijn funest: er komt dan enorme druk op de pees te staan. Dit uit zich meestal in een dik been, maar dan is het nog geen peesblessure.”

Schade door warmte

Dat het onder peesbeschermers te warm kan worden, met alle nare gevolgen van dien, beaamt Van Toor. “Als de temperatuur van de pezen in het paardenbeen oploopt tot boven de 48 graden, dan verandert de pees blijvend van structuur. Denk maar aan een rauw ei dat je in kokend water legt: het eerst elastische eiwit is bij een gekookt ei hard geworden. In de pezen gebeurt ook zoiets: het weefsel wordt minder rekbaar op de plek die te warm is geworden.”

Dit hoeft nog niet meteen zichtbare gevolgen te hebben, maar wenselijk is het natuurlijk niet. “Denk maar aan een elastiek waar een hard stukje in zit. De elasticiteit is op dat punt weg, dus de rest van het elastiekje – oftewel de pees – moet dat extra opvangen en dus meer rekken. Daarbij is de aansluiting van het gezonde naar het beschadigde weefsel kwetsbaarder dan bij een gezonde pees. En het ‘harde stukje’ in de pees kan meer drukken op de omgeving, denk maar aan een klein steentje in je schoen dat een enorme irritatie kan geven.”

Van Toor legt uit dat een normale, gezonde pees er eigenlijk uitziet als een hele streng draadjes die allemaal netjes parallel aan elkaar van het ene naar het andere uiteinde lopen. “Zo’n pees is heel sterk en kan enorme krachten aan. Is een pees beschadigd, dan lopen de draadjes op dat punt niet meer parallel, maar lijkt het meer op een kluwen verwarde wol. Je snapt wel dat als je dan aan die pees trekt, hij veel minder kan hebben.”

Onderzoek en behandeling

Frans van Toor onderzoekt mogelijke peesletsel door middel van een scan of de innovatieve UTC-techniek: een scan waarbij pezen en banden in beeld worden gebracht en vervolgens geanalyseerd kunnen worden door de computer. Hiermee wordt inzicht verkregen in de kwaliteit en belastbaarheid van pezen en in het revalidatieproces. “Bij een acute beschadiging van een pees is er vaak een zwarte vlek op de scan te zien. Mensen denken dat vaak dat er een gat zit in de pees. Dat klopt niet: de pees is op die plek anders van structuur of verscheurd. Er kan vocht zitten, gescheurde peesvezels of hele verscheurde bundels, en soms bloed.”

Of de beschadiging behandeld kan worden, is afhankelijk van veel factoren, maar vooral hoe oud de blessure is en waar deze zit: aan de rand of in de kern van de pees. “Als het weefsel echt verscheurd is, heeft opereren geen zin. Inspuiten is lang niet altijd een oplossing. Daardoor kan er nog meer druk opgebouwd worden in de pees, het is dan net of je vocht in een rookworst spuit: op een gegeven moment barst ‘ie uit elkaar. Zit de blessure aan de rand, dan loopt het ingespoten vocht direct uit de pees. In een aantal gevallen kunnen we met gefocusseerde schokgolftherapie mooie resultaten behalen.”

Zelf inschatten

Het is duidelijk, voorkomen dat pezen te warm worden is cruciaal. Maar welke rol spelen peesbeschermers daarbij? Volgens Van Toor is het vooral zaak dat je peesbeschermers gebruikt van het goede materiaal. “Er zijn diverse materialen op de markt en er worden nieuwe, warmte afvoerende stoffen ontwikkeld. De meeste peesbeschermers voldoen prima, maar let erop dat je geen beschermer gebruikt van zogenaamde duikpakstof die het been helemaal omwikkeld. Dan kan de warmte echt niet weg.” Over de peesbeschermers met ventilatiegaten heeft de specialist zijn twijfels. “Er kan vuil in de gaten komen, dat kan gaan irriteren of schuren.”

Het is ook van belang hoe lang de peesbeschermers om blijven. “Het scheelt nogal of je er een half uurtje mee traint, of je paard er de hele dag mee buiten zet. En ook per paard is het verschillend: sommige kunnen prima zonder peesbeschermers, de ander tikt zichzelf bijvoorbeeld wel snel aan of heeft een schiefel die je wilt beschermen. Dat moet de eigenaar zelf inschatten.”

Ondersteuning biedt een peesbeschermer nooit. “De enige functie is, zoals de naam al aangeeft, het paardenbeen beschermen. Verder doet een peesbeschermer niets: hij ondersteunt het been niet.” Voor veel paarden is een peesbeschermer dan ook helemaal niet nodig, aldus de nuchtere paardenarts. “Heel vaak kan het paard prima zonder. Negen van de tien keer gaat dat ook goed, maar je zult zien dat het net die tiende keer misgaat en dan wordt de schuld gegooid op het feit dat het paard geen peesbeschermers omhad. Terwijl verreweg de meeste peesblessures ontstaan door chronische overbelasting. Dit kan zijn doordat het paard met koude spieren heel erg gek doet in de wei, altijd op een zware bodem wordt getraind of veel belastende zijgangen moet lopen.”

Positieve verandering

Het allerbelangrijkste is dat de ruiter of paardeneigenaar zich ervan bewust is waarom en hoe je peesbeschermers gebruikt. “En gelukkig denken mensen steeds bewuster na over dergelijke zaken. De paardenwereld heeft daarin een enorme sprong gemaakt: er is veel meer kennis en kunde voorhanden en paarden worden steeds beter gemanaged. Ik zie nu veel minder blessures die door peesbeschermers veroorzaakt zouden kunnen zijn dan twintig jaar geleden, dat is heel positief.”

Frans van Toor zegt daar wel duidelijk bij dat bijvoorbeeld het werk en de belasting van een dressuurpaard niet één op één vergeleken kan worden met een endurancepaard, een springpaard of een harddraver. Voor iedere tak van paardensport moet apart het risico worden ingeschat.


Do’s and don’ts

Peesbeschermers…

… beschermen tegen aantikken van de griffelbeentjes of schiefels.

… bieden geen ondersteuning aan het paardenbeen.

… moeten goed passen, licht zijn en wasbaar of schoon te maken zijn.

… hebben aan de buitenkant (achter en binnenin) een harde schaal, de binnenzijde is zacht.

… moeten zijn gevoerd met zacht materiaal, dat liefst zoveel mogelijk warmte doorlaat.

… mogen geen isolerend effect hebben, als de temperatuur in de pees oploopt tot +48 graden is het foute boel.


Conclusie

Uit de verschillende thermografie-onderzoeken die Irma Wensink heeft gedaan met betrekking tot het gebruik van peesbeschermers kan ze een aantal conclusies trekken. “Peesbeschermers moeten goed passen en de bandjes mogen niet te strak worden aangetrokken. Zakken de beschermers erg af tijdens het rijden, dan kun je ze beter ook niet gebruiken, want ook dat kan weefselschade veroorzaken. Zelf ben ik een groot voorstander van het gebruik van peesbeschermers. Merk en type maakt niet uit, mits ze maar passen. Het is verstandig om een peesbeschermer te kiezen die past bij de tak van paardensport die wordt beoefend. In bijvoorbeeld de drafsport moeten paarden een kortdurende, extreem hoge inspanning leveren. Gebruik dan geen wol gevoerde of rubberen lappen onder de peesbeschermers: het onderbeen kan zijn warmte dan onvoldoende kwijt, waardoor de temperatuur stijgt onder deze peesbeschermers.”

Bron: Bit 245