-

De factcheck: 20 stellingen over mok

Shutterstock

Mok komt van binnenuit, als je paard het eenmaal heeft is het amper meer weg te krijgen en föhnen en scheren helpt tegen mokbenen. Is dat nu waar of niet? Bit zocht het voor je uit.

1 Vrijwel alle vormen van korstjes in de kootholte noem je mok.

Eigenlijk wel ja. Mok is een verzamelnaam voor alle huidproblemen aan het onderbeen. Dat kunnen een paar onschuldige korstjes zijn, maar ook uitgebreide natte plekken tot op het pijpbeen. Mok is een multifactoriële aandoening. Dat wil zeggen dat verschillende oorzaken gezamenlijk zorgen voor huidirritatie.

2 Schimmels, bacteriën, parasieten, zelfs de zon kan mok veroorzaken.

De huid is bij zowel mensen als paarden het grootste beschermingsmechanisme van het lichaam. Als de huid beschadigt, valt deze bescherming weg en kunnen mijten, schimmels en bacteriën hun slag slaan. Huidbeschadiging kan ontstaan door kleine wondjes of irritatie veroorzaakt door aangekoekte mest, modder of zand en overmatig wassen en scrubben. Ook bepaalde insecten en irriterende stoffen in planten kunnen voor beschadiging zorgen, zeker in combinatie met zonlicht.

3 Bij zomermok is je paard verbrand.

Zomermok is eigenlijk zonnebrand. Het ontstaat op witte benen onder invloed van uv-straling, vaak in combinatie met stoffen die vrijkomen uit bepaalde planten (onder andere sint-janskruid, berenklauw of rode klaver), of bij paarden met leverproblemen. Een veelvoorkomende oorzaak van leverafwijkingen bij het paard is vergiftiging door het eten van jacobskruiskruid, maar dit kan ook voorkomen bij gebruik van bepaalde antibiotica. Pas dus op voor deze planten/stoffen, zeker in combinatie met zonlicht.

4 Mok is erg pijnlijk.

Op het moment dat de eerste korstjes zijn verschenen in de kootholte, is er nog niet zoveel aan de hand. Pas als de huid daaromheen geïrriteerd en rood wordt en de korstjes groter worden, scheurt de huid open en ontstaan er kloven. Dat is pijnlijk voor het paard en hij kan er zelfs kreupel door gaan lopen. De opengescheurde huid is bovendien een broedplaats voor ziekteverwekkers zoals bacteriën, schimmels en mijten, waardoor de huid verder gaat ontsteken. De plekken worden vochtig en breiden zich snel uit.

5 Je doet iets verkeerd als paardeneigenaar als je paard mok heeft.

Dat hoeft niet per se. Zoals gezegd kan mok door allerlei factoren worden veroorzaakt. Sommige daarvan heb je zelf in de hand, zoals een schone, droge stal of goede huidverzorging. Aan andere factoren die mok in de hand werken, zoals een schimmelinfectie of zonnebrand, kun je weinig tot niets doen.

6 Mok geeft jeuk.

Dat kan, vaak zitten er dan mijten op het door mok aangetaste been. Deze mijten veroorzaken de jeuk. Een paard met jeuk aan zijn benen kan gaan stampen op de grond, of zijn achterbenen langs elkaar schuren.

7 Nattigheid veroorzaakt en verergert mok.

In ‘natte jaargetijden’ zoals de herfst en winter treedt er inderdaad vaker mok op. De weides en bak zijn drassig. Paarden krijgen natte en modderige benen. Vocht en vooral schurende zandkorreltjes tasten de natuurlijke barrière van de huid aan, waardoor allerlei bacteriën een ontsteking kunnen veroorzaken. Een natte stal is funest bij mok. Urine is zuur en heeft een bijtende werking op de huid.

8 De benen schoon houden door afspuiten helpt.

Schoon is inderdaad belangrijker dan droog! Je moet niet bang zijn om de benen met water af te spuiten en te wassen, maar droog de benen dan wel goed af. Vocht blijft lang hangen in de kootholten, zeker bij paarden met veel en dik behang, zoals Friezen, trekpaarden en Tinkers. Te vaak en intensief wassen van de onderbenen is overigens niet goed voor de huid. De beschermende werking van de natuurlijke vetlaag wordt dan aangetast.

9 Witte benen zijn veel gevoeliger.

Dat klopt. Witte benen hebben geen pigment, donkere benen wel. Een ongepigmenteerde huid heeft nou eenmaal minder weerstand dan een gepigmenteerde huid. Daarom geeft een wit been eerder reactie op mok-veroorzakende zaken zoals zonnebrand, bepaalde stoffen uit planten of nattigheid.

10 Mok is erg moeilijk te genezen.

De behandeling kan inderdaad erg lang duren. De korsten komen vaak telkens weer terug, dat is erg frustrerend voor de paardeneigenaar. Als de huid op het onderbeen beschadigd is, geneest deze moeilijk omdat de wondjes door beweging van het been continu geïrriteerd worden. Ook is de kapotte huid heel vatbaar voor infectie van buitenaf. Paarden staan natuurlijk altijd op een stalbodem of weidegrond waar bacteriën, schimmels en parasieten voorhanden zijn.

De behandeling van mok verschilt per paard en geval. Belangrijk is om te achterhalen wat de mok veroorzaakt en daar de behandeling op af te stemmen. De basis voor alle behandelingen bestaat uit het zacht maken en desinfecteren van de huid, deze schoon en zo droog mogelijk houden en de kloven laten genezen.

11 Mokzalf is vaak niet afdoende.

Dat ligt eraan. Een lichte vorm van mok kan worden behandeld met een mokzalf of zelfs een gewone wondzalf. Deze houden de huid zacht en helpen deze in te drogen, waardoor er minder pijnlijke kloofjes ontstaan. Mokzalf verzacht de huid het beste als de korstjes zijn verwijderd. Door de korstjes komt de werkzame stof in de medicatie niet op de plaats van bestemming. Werk hygiënisch bij het insmeren van mokbenen. Zorg dat je schone handen hebt, dat het paardenbeen schoon en droog is en dat er geen viezigheid in de zalfpot komt.

Bij zwaardere mok kan behandeling met antibiotica nodig zijn. De dierenarts kan hiervoor injecties geven, ook zijn er poeders die door het voer gemengd worden of pasta’s, die je net zo toedient als een wormpasta. Aanvullend kan het mokbeen worden ingesmeerd met een antibiotica houdende zalf of een zalf met corticosteroïden, die de ontstekingsreactie vermindert.

Bovenstaande behandelingen worden eventueel ondersteund met middelen die werken tegen parasieten en schimmels. De dierenarts kan je de juiste behandeling en medicijnen voorschrijven.

12 Wassen met Betadine shampoo is goed.

Betadine heeft een desinfecterende werking, dus het been wassen met deze shampoo is inderdaad goed. Verwijder bij het wassen zoveel mogelijk loszittende korsten. Korstjes die niet vanzelf losgaan, kun je beter laten zitten. Als je deze toch lostrekt, kunnen er diepe wonden ontstaan, waar nog dikkere korsten op komen. Erg dikke korsten kun je losweken door ze een paar dagen in te smeren met vaseline, alvorens het been met Betadine te wassen. Ook hier geldt; intensief wassen en scrubben is goed, maar doe dit niet vaker dan één tot twee keer per week. Te vaak wassen geeft irritatie en dus slechte genezing van de huid.

13 Föhnen kan helpen.

Als je paard er tegen kan, is het helemaal geen gek idee om zijn benen te föhnen na het wassen. Droog de benen eerst af met een handdoek en föhn ze daarna helemaal droog. Ook talkpoeder kan daarbij helpen. Let er op dat de benen daarna niet meteen weer vochtig worden, bijvoorbeeld in een nat weiland. Een paard met erge mok kun je beter in een droge paddock of op stal zetten.

14 Hygiëne is erg belangrijk.

Zeker weten! Bacteriën en andere ziekteverwekkers maken minder kans op een schone en droge huid. Een droge wei en schone stal met droog strooisel is een eerste vereiste als je paard mok heeft. Mest dus regelmatig uit en maak de kootholte altijd meteen na het rijden schoon met een schone handdoek.

15 Het is goed om mokbenen te scheren.

Niet altijd. Bij paarden met veel behang kan scheren nuttig zijn, omdat vuil makkelijk in de lange haren van de kootholte blijft hangen en deze ook veel langer nat blijven. Er ontstaat dan een broeierig klimaat waarin bacteriën en schimmels het uitstekend naar de zin hebben. Bovendien zie je door het behang minder snel dat een paard mok heeft, waardoor het in een vergevorderd stadium kan zijn voordat het wordt ontdekt.

Geschoren kootholtes drogen sneller op en worden minder vies, waardoor het genezingsproces behoorlijk versnelt. Preventief scheren kan wel averechts werken. De vetlok zorgt ervoor dat water en zweet vanaf de pijp rechtstreeks op de grond drupt, zonder de kootholte te beroeren. Bovendien werken haren als een soort dekmantel van de huid. Kootholten zijn overigens lastig te scheren. Met scheren creëer je makkelijk kleine wondjes, zeker als de huid al aangetast is of er korstjes in zitten. Pas dus wel goed op wat je doet.

16 Schakel altijd een dierenarts in

Bij beginnende mok in de kootholte kun je jezelf prima redden door de kootholte schoon en droog te houden en de aangetaste huid in te smeren met mokzalf. Als de mok echter in een vergevorderd stadium is, niet reageert op jouw behandeling, of als het hele onderbeen dik wordt, dan is het noodzakelijk om de dierenarts in te schakelen.

17 Huis-, tuin- en keukenmiddeltjes kunnen geen kwaad.

Er zijn enorm veel middelen op de markt tegen mok. Dat geeft al aan dat er niet één afdoend middel is dat mok geneest. Ook de lijst met huis-, tuin-, en keukenmiddeltjes is oneindig lang. Iedereen heeft zijn eigen methode; insmeren met tandpasta, knoflook, wassen met kruidenthee, zwavel, maïzena of colloïdaal zilver. Soms helpt alles, soms helpt helemaal niks. Het is moeilijk te zeggen welk middel het beste helpt tegen mok. Dat hangt tenslotte ook sterk van de oorzaak af.

Daarnaast is de behandeling ook beperkt door wet- en regelgeving. Bepaalde producten mogen niet, niet meer, of alleen onder strikte voorwaarden worden voorgeschreven door de dierenarts. Neem bijvoorbeeld het gebruik van droogzetters (middel dat uierontsteking bij koeien tegengaat) tegen mok. De werkzame antibiotica heeft voordelen, maar ook nadelen. Enerzijds wordt de bacteriële infectie aangepakt, anderzijds moeten we rekening houden met kans op resistentieontwikkeling. In veel droogzetters, maar ook in veel geregistreerde mokzalven, zit cortisone als ontstekingsremmer. Cortisone staat op de dopinglijst. Deze producten kun je dus niet gebruiken als je op wedstrijd gaat!

18 Het ene paard is gevoeliger voor mok dan het andere.

Mok kan erg hardnekkig zijn en de eigenaar soms tot wanhoop drijven, vooral omdat mok bij een aantal paarden telkens terugkomt. Sommige rassen hebben vaker mok dan andere. Bekend zijn de problemen bij de Friezen, Tinkers en koudbloeden. Een vergevorderde huidprobleem bij deze rassen staat bekend als CPL (Chronisch Progressief Lymfoedeem). Door een genetische mutatie hebben deze rassen afwijkend elastine in lymfevaten en de huid van onderbenen. Daardoor is er een vertraagde afvoer van lymfe en afvalstoffen, met een verhoogde kans op infecties. Genezing is vaak niet mogelijk.

19 Als een paard eenmaal mok heeft gehad, blijft het terugkomen.

Dat is gelukkig niet voor alle paarden het geval. Toch is de kans op terugkerende mok bijzonder groot. Een paard dat mok krijgt, is er gevoelig voor en de huid op een onderbeen dat ooit mok heeft gehad, biedt zelden de bescherming als voorheen.

20 Mok komt van binnenuit.

Paarden die niet lekker in hun vel zitten zijn gevoeliger voor alle soorten ziekteverwekkers van buitenaf. Stress geeft verminderde weerstand, ook van de huid. Ook heeft het rantsoen effect op huidproblemen. Het is bekend dat te eiwitrijk voer bij koudbloeden negatieve gevolgen heeft op de huid.

Dit artikel kwam tot stand met behulp van paardenarts Hank van Campen van dierenartsenpraktijk Doetinchem-Zeddam.

Bron: Bit 251

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant