-

Stop je of ga je door als het plezier weg is?

De samenwerking met je paard loopt al langere tijd niet lekker. Frustratie en spanning vormen de boventoon. Het plezier is ver te zoeken. Mensen om je heen vragen zich af waarom je doorgaat. Om eerlijk te zijn: je vraagt het jezelf ook regelmatig af. Maar aan de andere kant: het is wel je paard. Je hebt er een band mee. Je wilt hem niet zomaar wegdoen. Wie weet wordt het wel beter… Wat is wijsheid: stoppen of doorgaan? Dit artikel lees je nu in Bit 242.

In zijn praktijk in Arnhem werpt drs. Thomas Kirst, GZ-psycholoog, psychotherapeut én paardenman, zijn professionele blik op dit dilemma. Wat moet je doen als de samenwerking met je paard niet lekker loopt? Al pratend blijkt het vraagstuk veelomvattend en eenduidig advies lastig. Toch zijn er een aantal terugkerende thema’s in zijn verhaal: ‘eerlijk zijn naar jezelf’ en ‘er is geen goed of fout.’ Ook blijken er de nodige raakvlakken met relatieproblemen te zijn.

Taboe

Angst is ook regelmatig een onderliggende oorzaak van problemen en strubbelingen. “Dat is niet vreemd. Angst heeft een functie. Het voorkomt dat je dingen doet die onverantwoordelijk zijn. Maar er rust nogal een taboe op in de paardenwereld. Je zult mensen eerder horen zeggen over een paard: ‘hij is vervelend of dominant’, dan: ‘ik ben eigenlijk bang voor hem.’ Het is verstandig om hierin eerlijk te zijn. Realiseer je je dat je niet de enige bent. Dat erkennen, kan al helpen. Angst is iets waaraan je kunt werken.”

Uitstraling

Een andere vraag die bepalend kan zijn voor stoppen versus doorgaan is: ‘Wat wil je met een paard? En hoe beantwoordt het paard dat je hebt daarin?’ Als het lastig blijkt, gestelde doelen te realiseren met je paard, is de vraag: ‘Wat weegt zwaarder? De relatie of het doel?’ Een sportruiter zal over het algemeen sneller voor een ander paard kiezen, op het moment dat hij zijn doel niet kan behalen met zijn huidige paard. Een recreatieruiter zal sneller het relationele aspect voorop stellen”, weet Thomas uit ervaring. “Ik heb dat bij de hand gehad met mijn eigen paard, een Lippizaner. Ik kocht hem als jong paard op uitstraling en uiterlijk. Ik wist dat Lippizaners veel temperament hadden, maar die van mij had het in het kwadraat. Hij bleek een zeer intelligent en gevoelig paard dat me, hoewel ik hem zelf zadelmak heb gemaakt, confronteerde met al mijn fouten als ruiter. Maar het is nooit is in me opgekomen afstand van hem te doen. Want de klik was er wel degelijk. De relatie klopte. Er was wederzijds vertrouwen. Dus stelde ik mijn doelen bij. Rijden hoeft niet, dan maar vrije dressuur, werken aan de hand en met lange teugels. Als ik had gezien dat hij met anderen wel een klik zou hebben, maar met mij niet, dan was het een ander verhaal. Het leukste is dat het rijden nou juist steeds beter gaat, misschien omdat voor mij de druk er vanaf is.”

Lees het gehele artikel van redacteur Annemarie van Donselaar nu in Bit!