-

Laarzen versus jodphurs

Laarzen Arnd Bronkhorst

Rubberen laarzen, jodphurs en chaps of zijn leren laarzen toch de ultieme uitrusting voor een ruiter of amazone? We vragen het aan echte ervaringsdeskundigen die meerdere uren per dag op de rug van een paard doorbrengen, maar ook veel ernaast doen. Wat dragen zij en wanneer?

Dinja van Liere (26), dressuuramazone

“Ik denk dat iedereen wel begonnen is met rubberen laarzen. Dat vond ik natuurlijk helemaal niet cool. Ik wilde dolgraag leren laarzen. Eerst moest ik een beetje groeien om die te krijgen. Uiteindelijk, in mijn tienerjaren, kreeg ik mijn eerste paar: zwarte leren laarzen zonder rits. Ik deed ze aan en reed er de hele dag mee. Na een paar keer rijden kreeg ik ze niet meer uit. Ze zaten zo strak dat ik er claustrofobisch van werd. Het was echt paniek, dus ik heb serieus de schaar erin gezet: ze moesten uit!”

Nooit meer zonder rits

“Daarna kreeg ik leren laarzen met een rits. Ik heb nooit meer laarzen zonder een rits gehad. Met chaps heb ik nooit gereden, tenminste, misschien toen ik nog sprong met mijn pony. Jodphurs draag ik wel: als ik in de auto’s zit, les moet geven of clinics geef, dat zit toch lekkerder. Mijn laarzen heb ik meestal de hele dag aan. Ik rijd meerdere paarden op een dag – op dit moment heb ik er in totaal twaalf te rijden – en tussendoor trek ik mijn laarzen niet uit. Ook niet als ik een paard buiten zet. Als ik maar een paard zou hebben, zou ik dat misschien wel doen. Maar dan zou ik ook niet zoveel laarzen hebben als ik nu heb, namelijk elf paar.”

Leuk printje

“Het is afhankelijk van wat ik ga doen, welke laars ik aantrek. Ik heb nette en minder nette laarzen. Laklaarzen vind ik ideaal. Die hoef je eigenlijk niet te poetsen. Eigenlijk poets ik mijn laarzen pas als ze echt onder de viezigheid zitten.
Laarzen of jodphurs, bij mij moet er wel altijd iets bijzonders aanzitten, een leuk printje ofzo. Anders vind ik het maar saai. Ik heb blauwe jodphurs met een randje met witte stipjes op de neus en de zijkanten. En ik heb bruine jodphurs met een soort crocolak-print. Mijn mooiste laars is mijn wedstrijdlaars. Die is zwart met elementen van crocolak en is heel chique. Ik vind het mooi dat hij smal is rond de enkels, dat maakt je been langer. Mijn trainingslaarzen mogen best opzichtig zijn. Zo zijn mijn winterlaarzen van donkerbruine suède met daarop een cremèkleurige crocolak-print.
Ik vind het fijn als de rits schuin van voren aan de binnenkant zit. Zo’n pololaars, met de rits aan de voorkant van de schacht is ook altijd handig en daarbij heb je wat meer mogelijkheden qua versiering. Een rits aan de achterkant vind ik niet fijn. Ik heb het idee dat die sneller stuk gaat, doordat er eerder viezigheid in komt, omdat de rits dan lager bij de grond zit.”

Gesp

“Ik heb twee paar laarzen met een gesp aan de voet. Dan moet je wel rekening houden dat je spoor wat lager zit. Overigens heb ik altijd sporen met zo’n rubberen beschermrand voor je laarzen. Ik heb ooit eens een gat in mijn laarzen gereden met mijn sporen.”


Yvonne van der Velde (55), endurance-amazone

“Laarzen zijn de reinste mishandeling van een endurance-ruiter. Wij gebruiken alleen maar chaps en goede wandelschoenen. Je ziet weleens een outdoorlaars voor klimmen en hiken, maar de topruiters dragen echt alleen wandelschoenen en chaps. Voor mij maakt het soort wandelschoen niet uit. Ze moeten vooral comfortabel zitten, licht zijn en waterdicht. Hoe een schoen eruitziet, is niet belangrijk. Hij zit toch in een grote dichte beugel.”

Beugelkapje

“Waar wij rekening mee moeten houden, zijn de voorschriften. De hak moet ongeveer twee centimeter onder de beugel uitsteken. Zo niet, dan moet je een beugel met een afkapping erop gebruiken. Jodphurs zitten echt veel te strak voor een endurance-ruiter. Wij dragen alleen gympen of wandelschoenen en willen profiel hebben onder onze zolen. We dragen de schoenen ook thuis en bewegen ook veel om het paard heen.”

Voetbalsokken

“Toen ik 30 jaar geleden begon met endurance, bestond de discipline nog niet eens. Ik reed met dressuurlaarzen. Ik dreef erin weg, want in die tijd liepen we nog heel veel naast het paard. Ik rende bijna halve marathons op die laarzen. Ze waren dan ook binnen een jaar vertrokken. Daarna reed ik op schoenen met voetbalsokken. Want chaps waren er toen nog niet.
Nu draag ik hele simpele kunststof chaps. Leer vind ik al gauw te stug en te zwaar. Ik wil lekker soepel materiaal hebben. De chaps mogen niet om je been schuiven, want je rijdt lange tijd in een hoog tempo, en ze moeten licht zijn. Op je paard heb je voldoende bescherming nodig om dat je als endurance-ruiter vele uren op je paard doorbrengt en veel beweegt.”


Stefanie (24) en Dennis van den Brink (23), springamazone en springruiter

Stefanie: “We zijn beiden begonnen op rubberen rijlaarsjes. Later, toen we wedstrijden begonnen te rijden, kwam hier een lichtblauwe clubtrui bij van onze vereniging PC De Toekomst. Toen totaal niet cool.”
Dennis: “Mijn eerste paar leren rijlaarzen kreeg ik van een vriend van mijn ouders uit Koeweit. Ik was vijftien jaar en hij zag me rijden met jodphurs en chaps en vond dat niet langer zo kunnen. Toen kreeg ik leren laarzen van hem cadeau. Ik was een jaar eerder weer begonnen met paardrijden, omdat ik ervoor een tijdje was gestopt. Ik reed met jodphurs en chaps, omdat mijn ouders bang waren dat ik weer zou stoppen en ze dan voor niets dure leren laarzen zouden hebben gekocht.”

Prijzig

Dennis: “Thuis rijd ik nog steeds gewoon met jodphurs en chaps, omdat laarzen nogal prijzig zijn. Die draag ik alleen op concours. Het liefst zou ik er altijd mee rijden. De zolen zijn dunner dan bij jodphurs, daarom doe ik op concours mijn beugels altijd een gaatje korter. Ik heb met laarzen iets meer contact met het paard. En ze zitten beter aangesloten rond je been. Het voordeel van jodphurs tegenover laarzen is dat je voeten er meestal warmer in blijven.”
Stefanie: “Thuis rijd ik ook met jodphurs en chaps. De chaps zijn gemaakt van heel fijn dun leder waardoor ze mooi aansluiten om je been. Mijn jodphurs hebben een ritssluiting en zijn daardoor gemakkelijker aan- en uit te trekken. Als we ergens anders heen gaan draag ik mijn laarzen. Ze hebben een klein glimlaagje waardoor ze super gemakkelijk zijn in onderhoud. Op wedstrijd loop ik voornamelijk op sneakers als ik m’n laarzen niet draag.”

Beetje crème

Dennis: “Als ik op concours mijn laarzen aan heb, loop ik er gerust de hele dag mee rond. Thuis doe ik dat met mijn jodphurs. Daar mest ik ook stallen mee uit. Daarom doe ik er aan het eind van de dag altijd een beetje crème over, anders droogt het leer zo snel uit. Voor jodphurs en chaps heb ik geen voorkeur. Mijn laarzen wel, die moeten er mooi en strak uitzien. Ik heb gewoon zwarte laarzen. Eerst met veters aan de voorkant, maar die gaan vaak snel kapot. Nu heb ik gewoon zwarte met een rits aan de achterkant. Ik wil altijd lekker dun en soepel leer, geen stijve ‘bende’. En als ik straks nieuwe laarzen koop, wil ik een paar met extra grip aan de binnenkant, die heb je tegenwoordig namelijk.”
Stefanie: “Doordat de ‘spring’ rijlaarzen van soepel leder zijn gemaakt, zitten ze wat kreukelig om je enkel. Ik vind het fijn om soepele laarzen te dragen dus het maakt mij niet uit. In mijn ogen moet een laars goed aansluiten om je been, dat is naast je beenligging ook erg belangrijk voor de grip op je zadel. Je benen/voeten mogen geen pijn doen. Uiteraard is ook de zool erg belangrijk voor een goede grip in je stijgbeugel.”

Bron: Bit

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant