-

Genetische tests sporen erfelijke aandoeningen op

Arnd Bronkhorst

De meeste fokkers zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hun veulens geen ernstige aandoeningen erven van een of beide ouders. Dat is niet altijd eenvoudig. Vaak wordt het pas te laat duidelijk dat een merrie of hengst met een dergelijke kwaal kampt en is het kwaad dus al geschied. Daar kan dankzij het Horsegene project verandering in komen.

Een aansprekend uiterlijk, een meegaand karakter en een zweverige draf of veel springvermogen. Paardenliefhebbers kunnen zich hun droompaard meestal wel voor ogen halen. Aan fokkers de taak om zo’n veulentje op de wereld te helpen. En uiteraard moet dat paard zo gezond mogelijk zijn. Dat is helaas niet vanzelfsprekend. Er bestaan vele erfelijke aandoeningen en deze worden vaak pas op latere leeftijd bij een hengst of merrie ontdekt, vaak pas nadat het paard al een bijdrage aan de fokkerij heeft geleverd. Een groep Europese wetenschappers ontwikkelde daarom een genetische test waarmee ze bij jonge paarden kunnen nagaan of die veel risico lopen op een bepaalde aandoening.

Horsegene project

Nadine Buys, professor aan de Koninklijke Universiteit Leuven en voorzitter van het Horsegene Project, legt uit: “We hebben ons onderzoek toegespitst op drie aandoeningen: OCD, zomereczeem en chronisch progressief lymfoedeem. Typisch aan deze aandoeningen is dat ze erfelijk zijn. In het DNA zitten dan bepaalde genen die invloed hebben op de aanleg voor het krijgen van een van deze kwalen. Binnen het Horsegene project hebben we een test ontwikkeld waarmee we die specifieke genen kunnen opsporen en kunnen bepalen hoe gevoelig het paard hiervoor is.”

DNA-stalen

Aan het ontwikkelen van de test is een lange weg voorafgegaan. Zo moesten de wetenschappers eerst zien te achterhalen welke genen medeverantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van deze aandoeningen. Om dat goed te kunnen doen, waren er heel wat DNA-stalen nodig, legt professor Buys uit, “We zijn per aandoening en per ras op zoek gegaan naar een groep paarden waarvan de ene helft de kwaal vertoonde en de andere helft niet. Daarbij is het belangrijk dat die paarden in dezelfde omgeving leven. Daar kunnen namelijk factoren aanwezig zijn die de problemen mede veroorzaken.” Een voorbeeld hiervan is zomereczeem, een allergische reactie bij een paard op de steek van een Culicoïdesmug. “Paarden testen die in een gebied zonder Culicoïdesmuggen leven, heeft geen zin, want die zullen sowieso geen zomereczeem krijgen.”

Nadat er een geschikte testgroep is gevonden, worden van alle paarden bloedstalen afgenomen. “Via die stalen kan je dan het DNA van elk paard vergelijken met dat van de andere paarden”, legt professor Buys uit. “Daarbij ga je op zoek naar de verschillen tussen het DNA van de gezonde paarden en het DNA van de paarden met de aandoening. Heb je een deel van het DNA gevonden waar zo’n verschil zit, dan ga je in detail kijken welke genen daar liggen. Die specifieke genen zijn deels verantwoordelijk voor de gevoeligheid voor de aandoening.”

 


Chronisch progressief lymfoedeem

Chronisch progressief lymfoedeem, ofwel CPL, is een ongeneeslijke ziekte die de onderbenen van het paard aantast. De aandoening ontstaat omdat het lymfesysteem en de elasticiteit van de huid het laten afweten. Aan de onderbenen krijgt het paard daardoor plooitjes in de huid en zijn er vaak ook schilfertjes te zien. In een later stadium neemt de ernst van de huidplooien toe en krijgt het paard knobbels op de benen. In het ergste geval kunnen er infecties ontstaan die verschillende wonden veroorzaken.

CPL komt vooral voor bij koudbloeden. Zo zijn Shires, Clydesdales, Duitse koudbloedpaarden en Belgische trekpaarden er erg gevoelig voor. Bij het Belgisch trekpaard kampt zelfs 70 procent van de paarden met deze aandoening. Naarmate het paard veroudert, kunnen de klachten erger worden.


Complex

De wetenschappers van het Horsegene project zijn er inmiddels in geslaagd verschillende van deze genen te ontdekken. Dat bleken er voor elk van de drie onderzochte aandoeningen heel wat te zijn. “We hebben ontdekt dat de aandoeningen waarnaar wij onderzoek doen erg complex zijn. Zo hebben we voor alle drie meerdere genen gevonden die de gevoeligheid medebepalen”, beaamt professor Buys. “We kunnen nu specifiek voor deze genen testen ontwikkelden waarmee kan worden nagegaan of een paard de slechte of de goeie genenvariant met zich meedraagt. Afhankelijk van het resultaat weet je dan hoe groot de kans is dat je paard die specifieke aandoening zal ontwikkelen.”

Te laat

Die genetische testen kunnen voor de fokkerij een grote vooruitgang betekenen. Momenteel is het namelijk erg moeilijk om te bepalen welke paarden drager zijn van genen die bepaalde erfelijke kwalen. Vaak komt een fokker pas tot die conclusie op het moment dat een paard ook daadwerkelijk de symptomen van de ziekte vertoont. “Nu kan een fokker pas maatregelen nemen als hij ziet dat een paard bijvoorbeeld zomereczeem heeft”, legt professor Buys uit. “Maar dat is vaak al te laat. De symptomen komen meestal pas naar boven als het paard vier jaar of ouder is. En dan is de kans groot dat het al nakomelingen heeft.”

Met behulp van de nieuwe tests kunnen bepaalde genetisch overdraagbare aandoeningen al veel eerder worden opgespoord. “Als blijkt dat het paard voor bepaalde genen de slechte variant met zich meedraagt, kunnen we natuurlijk nog steeds niet met zekerheid zeggen of dat paard de aandoening ook echt zal ontwikkelen, maar we kunnen wel aangeven of die kans groot of klein is.”


Osteochondrose Dissecans

OCD, Osteochondrose Dissecans, is een gewrichtsaandoening die voorkomt bij jonge paarden in de groei. Tijdens deze fase verbenen in de gewrichten stukjes kraakbeen. Als dat proces niet goed verloopt, kunnen er problemen ontstaan. In de gewrichten kunnen bijvoorbeeld stukjes bot loskomen. In dat geval is er sprake van OCD.

Die losse botfragmenten kunnen de paarden heel wat pijn bezorgen waardoor ze soms zelfs kreupel raken. De losse stukjes bot kunnen operatief verwijderd worden. Hoewel OCD op jonge leeftijd ontstaat, wordt de ziekte vaak pas later gediagnostiseerd. Als losse botfragmentjes te lang in het gewricht blijven zitten, is er kans op blijvende schade.


Bewuster

Met behulp van de uitslag van de test kunnen fokkers dus een betere beslissing nemen een paard al dan niet in te zetten voor de fokkerij. Toch is het niet de bedoeling dat paarden die drager zijn van die genen helemaal uit de fokkerij worden geweerd. “Met de test willen we er eerder voor zorgen dat de fokker dit paard bewuster aan een partner gaat koppelen. Als je op één van deze ziektes zou gaan focussen en je beslist om alle paarden die drager zijn niet meer in de fokkerij te gebruiken, verklein je de groep waarmee je nog wel fokt te veel. Dat verhoogt dan weer het risico op inteelt en daardoor kunnen andere ziektes juist weer de kop opsteken”, waarschuwt professor Buys. “Als fokker kijk je kritisch welke paarden je nog inzet en welke niet. En die paarden moet je bedachtzaam combineren. De juiste hengsten met de juiste merries.”

Verder onderzoek

Volgens professor Buys zit het werk er bovendien nog niet op. “Nu klink ik een beetje zoals elke wetenschapper, maar er is verder onderzoek nodig. Het gaat om drie complexe aandoeningen. Momenteel kunnen we met onze test 20 procent van de gevoeligheid verklaren dus dat kunnen we nog verfijnen. Daarnaast hebben we op dit moment bijvoorbeeld testen op zomereczeem voor verschillende rassen, maar nog niet voor allemaal. Om testen te ontwikkelen die voor alle paarden bruikbaar zijn, moeten we nog meer stalen verzamelen die de resultaten nog duidelijker maken.”


Insect Bite Hypersensitivity

Insect Bite Hypersensitivity is beter bekend onder de naam zomereczeem. Bij paarden ontstaat de ziekte door een allergische reactie op de steken van de Culicoïdesmug. Die allergische reactie bezorgt de paarden heel wat jeuk. Daardoor gaan ze vaak onophoudelijk schuren en krijgen ze geïrriteerde plekken op de vacht, tussen de manen en op de staart. De Culicoïdesmug, ook wel knut genoemd, is in onze streken vaak actief van het voorjaar tot het najaar. Paarden die allergisch zijn voor de muggensteken kampen dus vaak maanden aan een stuk met zomereczeem. Omdat die paarden er allergisch voor blijven, keert de ziekte vaak elk jaar terug.


Aanleg voor prestaties

De mogelijkheden van genetisch testen zijn dus erg uitgebreid, ook op andere terreinen. De impact op de fokkerij kan daarom best groot zijn. Dat beseffen ook de wetenschappers van het Horsegene project. Genen hebben niet alleen invloed op de aanleg voor bepaalde aandoeningen, maar ook op het uiterlijk, het karakter en zelfs de prestaties van een paard. Een test om de sportieve aanleg van een paard te achterhalen, is dan ook niet ondenkbaar. “Je kan daar natuurlijk ver in gaan. Al is er naast de genetische aanleg ook altijd de invloed van de omgeving”, nuanceert professor Buys. “Zomereczeem bijvoorbeeld wordt voor 20 procent bepaald door erfelijke aanleg. Dat betekent dat de invloed van de omgeving 80 procent 80 is. Dat geldt natuurlijk ook voor zaken als sportprestaties. Een paard kan erfelijk gezien veel springaanleg hebben, maar de opleiding en de ruiter bepalen in hoeverre het ook echt een goed springpaard wordt”. Toch is er zeker een rol weggelegd voor de genen. “Heel wat stamboeken zijn zich daarvan bewust en denken inmiddels na over genetische testen als selectiemiddel.”

Bron: Bit 

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant