-

De ruiter rechtrichten

ruiter rechtrichten
Studio Brun

‘Rechtop zitten!’ horen we al van jongs af aan. Maar hoe lang je ook rijdt, recht zitten blijkt behoorlijk lastig. Ieder mens kampt namelijk met een natuurlijke voorkeurskant en die kan jou klachten bezorgen en je paard scheef maken. Cesar oefentherapeut Janneke Jansen-van Dongen en rechtrichtspecialist Marijke de Jong duiken in de wereld van het rechtrichten van de ruiter.

Het begint allemaal met een paradox. Een ruiter kan niet recht zitten op een scheef paard en een paard kan niet recht lopen onder een scheve ruiter. Klassieke kip-ei problematiek. Dus waar begin je? “Bij de ruiter”, vindt oefentherapeute Cesar en instructrice Janneke Jansen-van Dongen van Equus Pondes. “Simpelweg omdat ik die kan beïnvloeden. De ruiter maakt met haar eigen rechtgerichtheid het paard vervolgens weer rechtgerichter.”

Voorkeurskant

Ieder mens heeft een dominante, of voorkeurskant. Dit geldt niet alleen voor je schrijfhand, maar ook voor je been, je oog en je oor. “Overigens hoeft dit niet per se allemaal dezelfde kant te zijn”, benadrukt Janneke. Wat jouw voorkeurskant is? Daar ben je zo achter. Poets je je tanden met je linker- of je rechterhand? Welke voet zet je op de eerste traptrede? En als je stept, met welke voet zet je dan af? “Je hebt als ruiter ook een dominante zitbeenknobbel”, weet rechtrichtspecialist Marijke de Jong van Paarden Begrijpen. “Leg je handen maar eens zittend onder je zitbeenknobbels met de palmen naar beneden en voel welke knobbel je prominenter voelt prikken. Mogelijk buigt jouw paard ook gemakkelijker om deze knobbel heen. De rugspier waar je dominante zitbeenknobbel op drukt reageert namelijk door korter te worden, waardoor je paard enigszins inbuigt.” Een scheve ruiter die rechts inzakt is aan de linkerzijde langer en soepeler bespierd dan aan de rechterzijde. De rechterknie wordt vaak iets hoger opgetrokken, terwijl de linkerstijgbeugel iets lager hangt. De ene heup zal iets meer naar voren liggen dan de andere en het ene onderbeen wijst verder naar voren dan de andere. Het is lastig om recht te zitten op een niet-rechtgericht paard. Als ruiter zak je vaak met je gewicht en zadel naar de lang bespierde kant van het paard. Is je paard linksgebogen, dan zit je als ruiter meestal meer naar rechts. Maar die dominante kant van elke ruiter heeft meer gevolgen. Grote kans dat je met je dominante kant net wat meer druk uitoefent, net meer drijft en net wat sterker contact hebt met de teugel.



Scheef maakt scheef

“Een paard is van nature scheef en links of rechts gebogen en een scheve ruiter kan dit verergeren”, vertelt Marijke. Hij valt naar binnen of naar buiten op een bepaalde hand, en oefeningen als wijken en aangalopperen gaan op de ene zijde ook makkelijker dan op de andere zijde. Maar ook voor een ruiter kan een scheve houding rug- en bekkenklachten opleveren, en klachten aan de knieën, zeker wanneer je lang rijdt of je lichaam zwaar belast. Denk aan ruiters uit disciplines als endurance, eventing en de springsport. “Vaak zijn het de ambitieuze ruiters waarbij klachten ontstaan door een combinatie van scheefheid en spanning”, zegt Janneke. “Loopt iets niet goed, ben je gespannen, dan spant je lichaam aan, met name in het bovenlijf, waar mensen toch al vaak spanning ervaren, maar ook in de kaakspieren en in de ribbenkast.”

Hersenen

De oorsprong van scheefheid ligt in de hersenen. De beide hersenhelften zijn gesplitst. Een deel van de scheefheid is genetisch bepaald, maar ook omgevingsfactoren spelen een rol, en je kunt jezelf een verkeerde houding aanleren. Met die dominantie in onze ledematen en zintuigen zijn we dus geboren. Een overblijfsel uit vroegere tijden. Toch verwachten we bij het paardrijden dat we linksom alles net zo goed kunnen als rechtsom. “En dat is lastig, want een ruiter met een dominante rechterhand doet rechts meer met de teugel dan links”, weet Marijke. “Tel daar bij op dat je ook nog eens met een paard te maken hebt dat ook een eigen voorkeurskant heeft en je begrijpt hoe lastig het kan uitpakken. Stel, je paard is links gebogen en pakt rechts vast en jij bent rechtshandig. Dan krijg je een trekpartij aan de rechterkant en zit je elkaar in de weg.” Volgens Marijke is het dan ook reuzehandig om als rechtshandige ruiter een linkshandige bijrijder te hebben. “Ben je rechtshandig, dan vind je het waarschijnlijk lastiger om linksom grondwerk te doen”, vervolgt ze. “Ga eens na wat je stuwende en je dragende been is. Waarschijnlijk heb je bij grondwerk rechtsom meer moeite met je eigen coördinatie.”

Geen quick fixes

“Het goede nieuws is echter dat je natuurlijke voorkeurskant zich prima laat beïnvloeden. Je kunt jezelf erin trainen”, stelt Janneke gerust. “Bewegingsgewoontes zijn de sleutel. Het gaat om een combinatie van coördinatie en bewustwording waarbij de manier waarop je je spieren gebruikt belangrijker is dan de kracht ervan. Ook op latere leeftijd kun je nog prima werken aan je eigen rechtgerichtheid. Het belangrijkste is dat je echt wilt veranderen”, benadrukt Janneke. “Jezelf rechtrichten is geen traject van quick fixes, maar een kwestie van volhouden. Aanvankelijk voelt alles heel ongemakkelijk, je wordt uit je comfortzone gehaald en je kunt angst of onzekerheid ervaren.”  Janneke adviseert een logische volgorde aan te houden. “Focus eerst op je bekken, je middelpunt bij het rijden. Hoe symmetrisch je je bekken kunt plaatsen bepaalt hoe goed je als ruiter in balans blijft en hoe optimaal je bewegingsvermogen is. Is je bekken niet goed beweeglijk, dan kun je je armen, benen en hoofd niet goed bewegen. Werk vanuit je bekken door naar je benen, het grootste steunpunt in je zit. Vervolgens naar schouders en hoofd. Je paard zal al snel verbetering laten zien als reactie op de rechtgerichtheid van de ruiter alleen. Houd je motivatie vast en een half jaar later heb je grote stappen gemaakt.” Volgens Marijke kun je het rechtrichten van de ruiter het best onafhankelijk van je paard aanpakken. “Het rechtrichten van het paard kun je in eerste instantie het beste met rechtrichtende buigingsoefeningen zonder het extra gewicht van de ruiter te doen. Hebben zowel ruiter als paard aan de eigen rechtgerichtheid gewerkt, dan kun je ze samenvoegen. Samen kun je je vervolgens doorontwikkelen tot een uitgebalanceerde eenheid.”

Checklist

Voor je eigen lijf heb je een enorme blinde vlek. “Je doet dingen die je niet weet en zelfs niet voelt”, aldus Janneke. “Een goede instructeur of een spiegel kunnen je helpen om een eerlijk beeld van je rechtheid in het zadel te krijgen. Zijn die niet voor handen, gebruik dan je schaduw of laat iemand foto’s of een filmpje maken.” Marijke vult aan: “Eerst observeren, dan produceren. Neem een fysio- of oefentherapeut of personal trainer in de arm. Deze mensen kunnen goed zien waar jij vast zit, welke spieren korter en welke langer zijn en waar de onbalans in je lichaam zit.” Aan de hand van de volgende vier checks krijg je zelf een beeld van hoe het met jouw rechtgerichtheid als ruiter gesteld is.

Check 1: De zadeltest

Werp eens een kritische blik op je oude zadel dat je al jaren gebruikt. De slijtplekken op de zitting, de beugelriemen en zelfs de teugels vertellen je op lange termijn iets over jouw rechtgerichtheid.

Check 2: Horizontale lijnen

Laat iemand op enige afstand achter je paard gaan staan (want aan de voorkant belemmert het paardenhoofd het zicht) en de volgende punten beoordelen:

  • Zijn je oorlellen horizontaal op een lijn? Verbergt je haar je oorlellen, dan is de caprand een alternatief.
  • Bevinden je ellebogen zich op een lijn? Sla de schouders over, deze kunnen misleidend zijn.
  • Is je bekkenrand, de plaats waar de broeksriem zit horizontaal recht?
  • Zijn je linker- en je rechter knieholte op dezelfde horizontale lijn?
  • Controleer je hakken. Kun je hier een rechte horizontale lijn tussen trekken?

Tip van Janneke: “Let wel, het gaat er hier om dat je de lijn zijn ten opzichte van de lichaamsdelen en ten opzichte van je paard aanhoudt, niet ten opzichte van de grond. Streef je naar rechtheid ten opzichte van de grond, dan zul je je paard nog schever gaan rijden. Hoe rechter je zit ten opzichte van jouw paard, hoe meer je paard zich aan jou zal aanpassen.”

Check 3: Evenwicht

Ga rechtop op een grote bal zitten en breng een voor een je benen naar voren. Je voorkeurskant zal het gevoel van onbalans wanneer je been van de vloer komt goed kunnen opvangen. Je mindere kant veroorzaakt meer instabiliteit.

Check 4: Wat vertelt je paard?

Wend af op de AC-lijn met losse teugels, bij voorkeur in draf. Sta in de beugels. Je paard zal jouw voorkeurskant laten zien door links of rechts van de lijn af te buigen. Onbewust zul je namelijk net meer druk op een kant uitoefenen met je gewicht. Overigens zit dit ‘m niet altijd in de belasting van de beugels, maar in het stapelen van je lichaamsdelen. Wordt dit niet recht boven elkaar gedaan, dan zit je scheef. Als je onbewust je linkerschouder optrekt, dan maak je vaak ter compensatie je linkerbeen langer en draag je dus meer gewicht links. Voor de meeste mensen voelt het echter als een correctie van het gewicht naar rechts. Dit compenseren gebeurt grotendeels onbewust.

Bron: Bit 233

Meer lezen van Bit? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant