-

10 tips voor op wedstrijd

Arnd Bronkhorst

Een optimale prestatie leveren tijdens een wedstrijd? Dat lukt beter als je paard het ook als een leuk uitje ervaart. Is het een prettige ervaring, dan zal je daar de volgende keren profijt van hebben. Maar hoe zorg je dat het een feest wordt, terwijl jij erg gespannen bent? Dressuurruiter en -trainer Sander Marijnissen geeft tien tips.

1.       Oefen het invlechten

“Paarden worden alleen ingevlochten als ze naar een wedstrijd gaan. Als er daar veel spanning optreedt of ze krijgen op hun kop, dan duurt het niet lang of paarden leggen de link. Ze zijn al gespannen voordat het invlechten begint, terwijl ze normaal met poetsen zo mak als een lammetje zijn. Het zou beter zijn om, vooral met een jong paard, de manen eens vaker in te vlechten. Liefst voordat je iets leuks gaat doen, bijvoorbeeld een buitenrit. Is het wel voor een wedstrijd, probeer het dan zo gezellig mogelijk te houden. Vraag desnoods iemand om het paard vast te houden, poets hem tussendoor en neem uitgebreid de tijd ervoor, zodat je geduldig kunt blijven. Het paard blijft echt niet beter stilstaan van schreeuwen en slaan. Sommige paarden zijn rustiger als je ze op stal invlecht, bijvoorbeeld met een hooinet voor hun neus. Kauwen is voor een paard een manier om stress kwijt te raken.”

2.       Trailer laden

“Niets geeft zoveel stress als een paard dat voor een wedstrijd de trailer niet in wil. Zorg dat dit jou niet overkomt door het te oefenen. Niet één keer of één week, maar net zolang tot je ervan overtuigd bent dat je paard altijd en overal zonder problemen wil laden. Ook dat lukt het beste als hij de trailer associeert met iets leuks. Ga bijvoorbeeld met de trailer naar een plek waar je – liefst met andere paarden – een buitenrit maakt. Heb je een tweepaardstrailer, neem dan een ervaren vriendje voor je paard mee. Blijft laden een probleem, zoek hulp en ga pas op wedstrijd als dit is opgelost.”

3.       Ga alleen als je er klaar voor bent

“Als je thuis een onderdeel uit de proef niet goed beheerst, kun je niet van je paard verwachten dat hij het tijdens een wedstrijd ineens wel goed doet. Als het om één dingetje gaat, waarmee je aan het werk bent, kun je ervoor kiezen om te accepteren dat je daar een laag cijfer voor krijgt. Maar ik zou dan liever thuis langer door oefenen, tot alles er goed in zit. Anders ga je toch te veel focussen op wat niet gaat en dat geeft spanning. Alleen foutloos kunnen rijden is eigenlijk niet goed genoeg. Onder invloed van wedstrijdspanning, die iedereen wel in een bepaalde mate heeft – ik ook – lukt het vaak in de proef net iets minder dan thuis. Dus zorg nou dat je het daar ruim voor elkaar hebt, dan voel je je veel zekerder over wat je gaat doen.”

4.       Ga vaker van huis

“Thuis kan het nog zo goed gaan, dat is geen garantie dat het op een andere locatie net zo lukt. Een andere omgeving brengt toch vaak wat spanning met zich mee. Dat is ook iets waar je een paard op moet voorbereiden. Ga dus een paar keer ergens anders trainen. Het mooiste is als je op verschillende locaties aan enkele oefenwedstrijden kunt meedoen. Dan weet je meteen hoe een jury er tegenaan kijkt en omdat het nog niet echt om de punten gaat, komen er meestal minder zenuwen bij te pas. Het is een uitstekende manier om te leren hoe je een proef moet doorrijden. Dat is namelijk anders dan de oefeningen los van elkaar trainen. Nu moet het ineens in een vaste volgorde en bij een letter gebeuren.”

5.       Een goede voorbereiding voorkomt stress

“Liggen alle spullen klaar die mee moeten? Zadel, hoofdstel en laarzen gepoetst? Heb je een routebeschrijving of het adres al in de navigator ingevoerd? Trailer aangekoppeld en alle lampen gecontroleerd? Papieren klaargelegd? Starttijd nog een laatste keer bekeken? Broodjes gesmeerd, wekker gezet? Hoe beter je voorbereid bent, hoe meer rust het geeft. Maak een lijst, zodat je niets vergeet. Een leerling van mij heeft een geplastificeerde lijst in de zadelkamer van de trailer. Ze kruist erop aan wat ze heeft gepakt en veegt het na de wedstrijd weer uit voor de volgende keer, handig. Het klinkt als een cliché, maar een goede voorbereiding is echt het halve werk.”

6.       Neem de tijd

“Zorg dat je ruim de tijd neemt. Zo ruim, dat je onverwachte tegenvallers makkelijk kunt opvangen. Neem voor je paard een extra hooinet mee, zodat hij wat te doen heeft, als hij in de trailer moet wachten. Het is prettig als hij even kan bijkomen van het gewiebel van de reis. En dan heb je zelf de tijd om de baan even goed in je op te nemen. Paarden en haast gaat niet goed samen. Maak een goede planning, zodat je precies weet wanneer je wilt opzadelen en hoe lang je gaat losrijden. Vraag of alles op tijd loopt. De klok is niet altijd een goede maatstaf. Kijk hoeveel combinaties er nog voor je zijn en laat het daar vanaf hangen wanneer je erop gaat. De ideale losrijtijd verschilt per paard en het kan ook van de omstandigheden afhangen. Als het erg warm is, kan je vaak rustiger aan doen. Probeer tijdens oefenwedstrijden uit te vinden wat voor jouw paard de beste tijdsduur voor het losrijden is.”

7.       Trainen doe je thuis

“Losrijden is precies wat het woord zegt: je maakt de spieren los. Het heeft geen enkele zin om de hele training dunnetjes over te doen en alle oefeningen uitgebreid door te nemen. Als je paard al uitgeput is voor de proef begint, kan hij daarin niet vlammen. Bovendien zal hij het dan zeker niet als leuk ervaren. En de kans is groot dat tijdens het losrijden iets niet lukt en je daardoor gefrustreerd raakt. Trainen hoor je thuis te doen. Wil iets niet tijdens het losrijden, doe even een oefening die wel goed gaat en beloon je paard. Ga thuis aan de slag met wat er niet goed gaat. Probeer hem voor de wedstrijd te ontspannen en focus op het positieve.”

8.       Omgaan met stress

“Wedstrijdspanning hoort erbij. Als dat echter zulke vormen aanneemt dat je humeur eronder lijdt en je verstijft, dan kan het verstandig zijn om eens met een sportpsycholoog te praten. Je paard begrijpt er niets van als je ineens helemaal strak en boos op zijn rug zit. Hij zal, als dat vaak gebeurt, een wedstrijd als iets akeligs ervaren. Het is bovendien ook niet erg gezellig voor je omgeving. Onthoud dat je aan wedstrijden meedoet omdat je paardrijden zo leuk vindt. Probeer een prettige sfeer te creëren, bijvoorbeeld ook door vriendelijk te zijn naar de overige deelnemers. Daarbij hoort ook dat je de voorrangsregels in acht houdt tijdens het losrijden. Er wordt in het gedrang soms roekeloos gereden. Dat maakt paarden én ruiters onnodig nerveus.”

9.       In de proef

“Adem een paar keer via je buik voor je begint. Veel ruiters gaan door spanning in de proef hun hulpen net iets anders geven, waardoor het paard het niet meer snapt. Knijpen of hardere hulpen geven maakt dit probleem erger. Je moet leren om net zo licht en soepel te blijven als thuis. Stel jezelf een doel voordat je begint. Bijvoorbeeld dat je precies op de letter wilt halthouden of dat je extra diep de hoeken gaat inrijden. Als dat lukt heb je iets waar je blij mee kunt zijn, ongeacht de uitslag. Te veel doelen stellen werkt niet, dan leg je de lat voor jezelf onhaalbaar hoog. Dat geeft frustratie. Gaat een onderdeel fout, bedenk dat een proef uit veel meer bestaat. Je hebt kansen genoeg om het op te halen. Dus niet meer over nadenken, door met het volgende. Ban negatieve gedachten (‘oh jee, straks springt hij verkeerd aan’) uit je hoofd, anders gebeurt het ook nog. Een tevreden gevoel bij jou werkt door op je paard. Glimlach tijdens je proef. Dat werkt ontspannend.”

10.   Beloon en train thuis verder

“Gaat het niet naar wens? Probeer boosheid te onderdrukken. Je paard snapt echt niet wat hij fout heeft gedaan en de kans is groot dat hij een hekel krijgt aan wedstrijden als jij je onterecht afreageert. Ga niet op het losrijterrein alsnog de oefening die mis ging proberen. Haal je schouders op, knuffel je paard en ga er thuis mee aan de slag.”

Bron: Bit 219

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant