-

Rhino op stal: Wat doet de staleigenaar?

Rhino Amy Dragoo

Ruim vier maanden voor de uitgerekende datum baart een merrie een dood veulen. De dierenarts komt erbij en stelt een autopsie voor. Uit het onderzoek blijkt dat het rhinovirus type 1 heeft toegeslagen: de abortusvariant. Jolanda Bevelander maakte het eind februari mee. Naast het verdriet van het verlies van een veulen, komt er nog veel meer bij kijken. Bevelander vertelt waar je als staleigenaar allemaal mee te maken krijgt bij zo’n virusuitbraak. En vooral, welke stappen zij heeft ondernomen.

Bevelander is dressuurinstructrice en runt een pensionstal in het Zeeuwse Kerkwerve. Samen met haar vader Jan fokt ze elk jaar een aantal veulens. Voor één merrie zou het dit jaar haar eerste veulen zijn. De driejarige merrie was in juli uitgerekend, als laatste van de vijf andere drachtige merries. Maar eind februari zag een stalgenoot dat de merrie begon te baren. Bevelander wist gelijk dat het foute boel was en dat klopte. Er kwam een dood veulen uit. “Het was een mooi veulen, maar het was nog niet volgroeid. Er zat nog geen haar op.”

Dode veulen weghalen

Om al het risico op een eventuele besmetting uit te sluiten, haalde Bevelander zo snel mogelijk het veulen bij de merrie weg. “Omdat het het eerste veulen was voor de merrie, ging dit goed. Ze taalde er zelfs niet naar.”

Buren

De dierenarts was toevallig onderweg, omdat het slecht ging met de hond van Bevelander. Er kon dus direct overlegd worden wat te doen. De dierenarts stelde een autopsie voor en de volgende dag kwam de uitslag. Het was inderdaad rhinopneunomie type 1. “Ik heb toen gelijk al mijn lesklanten gebeld of geappt om de lessen af te zeggen. Alle pensionklanten zijn direct op de hoogte gebracht en ik heb ook meteen mensen in de omgeving, waarvan ik wist dat ze een drachtige merrie hadden, geïnformeerd.”

Ontsmetten

Omdat het vruchtwater en al het vocht dat de eerste drie dagen erna uit de merrie kwam ontzettend besmettelijk is, werden ook verdere maatregelen in de stal getroffen. “We hebben alle paarden een paar boxen opgeschoven, zodat er een soort quarantaineruimte tussen de ‘besmette’ box ontstond. We hebben de box waarin de merrie stond volledig ontsmet. We deden dit met een stevig ontsmettingsmiddel. Verder was het gewoon handmatig schrobben. Want als je dit met de hogedrukspuit zou doen, zou je via de waternevel het virus kunnen verspreiden.”

Stalsluiting

In overleg met de dierenarts besloot Bevelander vier weken haar stal gesloten te houden voor activiteiten. Dat betekende dat er geen paard meer van buitenaf het terrein op kwam, maar dat er ook geen paard het terrein af mocht. “Onze binnenbak staat los van de stal. Feitelijk hadden daar gewoon mensen naartoe kunnen komen om te rijden. Maar we wilden een duidelijk signaal afgeven en geen onrust creëren als mensen zagen dat er toch gewoon paarden het erf hier zouden opkomen. Volgens de dierenarts was er geen gevaar voor besmetting als mensen uit de stal bleven.”

Regels

Binnen de stal werden er ook regels opgesteld: iedereen moest uit de buurt van de merrie met het dode veulen blijven. En ook in de verzorging van de paarden werd een splitsing gemaakt: er mocht nog maar een persoon voor de drachtige merries zorgen en die mocht niet bij de stal komen waar het dode veulen was geboren.

Informatie

Omdat een virus als rhino vaak tot paniek leidt onder paardeneigenaren, werd Bevelander dagelijks door verschillende mensen opgebeld. Ze verwees dan voor informatie door naar hun eigen dierenarts. Ook had ze zelf steeds contact met haar eigen dierenarts om te vragen wat verstandig was om te doen. Omdat ze zoveel vragen kreeg, besloot ze anderhalve dag nadat bekend was dat het om rhino ging, een bericht op Facebook te zetten. “Dan zie je echt ontzettend veel verschillende reacties en meningen. Maar veel mensen reageerden vooral ook positief dat ik het naar buiten bracht.”

Drachtige merries

Het duurde niet lang voordat de regionale krant er ook lucht van kreeg en zo was heel Zeeland gelijk geïnformeerd over de rhino-uitbraak. Het leverde nogmaals veel telefoontjes op bij Bevelander. Die maakte zich in de tussentijd natuurlijk ook zorgen over haar andere drachtige merries. Nu, ruim anderhalve maand later, verloopt hun dracht vooralsnog naar wens. Het eerste veulen wordt dit weekend verwacht. De merrie die aborteerde, lijkt er niets aan over te hebben gehouden. “Na de bevalling duurde het erg lang voordat de nageboorte eraf kwam. We hebben de merrie erna steeds getemperatuurd, maar gelukkig kreeg ze geen koorts.”

Neusswab

Vier weken na de uitbraak, toonden de andere paarden geen symptomen van het virus. Een van onze paarden werd uitgenodigd voor de Nederlandse kampioenschappen in Ermelo. “Uit voorzorg hebben we een neusswab laten nemen van het paard. Daarin werd geen virus aangetroffen en was het veilig om met het paard op wedstrijd te gaan. In de tussentijd verhuisden ook een paar pensionklanten naar een andere stal. Zij hebben ook een neusswab af laten nemen.”

Gezeur

Inmiddels worden de activiteiten op stal Bevelander weer opgepakt. Bevelander kijkt terug op een hectische periode. Ze heeft gemerkt dat veel mensen niet goed weten wat ze moeten doen of ‘wilde’ verhalen verspreiden. “Daarom snap ik dat er mensen zijn die een uitbraak liever stil houden om gezeur te voorkomen.” Zelf ziet ze het als haar plicht om het wel naar buiten te brengen als er een uitbraak van het rhinovirus is of als er iets anders aan de hand is. “Ik heb gedaan wat ik kon doen.”

Geen schande

Vorige week hield ze samen met `t Eultje Dierenartspraktijk een informatieavond over verschillende onderwerpen. “Een van de sprekers was Bert Jansen, van Zoetis Nederland. Hij vertelde over het onderwerp rhinopneumonie. Hij zei ook dat veel mensen paniekerig doen of geheimzinnig als er een virusuitbraak op een stal is. Maar het kan iedereen overkomen. Het is geen schande, zei hij. Het is juist zaak om er goed mee om te gaan.”

Tips bij een rhino-uitbraak:

  • Ontsmet de box van het betreffende paard. Doe dit niet met een hogedrukspuit: de nevel kan het virus verspreiden.
  • Zet het betreffende dier apart.
  • Neem contact op met de dierenarts.
  • Informeer stalgenoten en maak afspraken met ze wat wel en wat niet kan.
  • Informeer zo nodig de verdere omgeving persoonlijk, telefonisch of via andere media en verwijs door naar een dierenarts bij vragen.
  • Denk niet alleen aan je eigen paard, maar ook aan dat van anderen: sluit besmettingsgevaar zoveel mogelijk uit. Stel een quarantaineperiode in en laat je paard onderzoeken voor je weer aan activiteiten buiten de stal deelneemt.

Bron: Bitmagazine.nl

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant