-

Herken giftige esdoorns in de paardenweide

Laura Raats

Het is de laatste tijd weer veel in het nieuws: sterfte van paarden als gevolg van atypische myopathie. Deze spieraandoening kan optreden na het eten van esdoornbladeren, -zaden en/of -zaailingen waarin de stof hypoglycine A voorkomt. Lees hoe je de boosdoeners kunt herkennen en welke maatregelen je kunt treffen.

Atypische myopathie (AM), ook wel weidemyopathie genoemd, is een acute, ernstige en zeer snel verlopende spierziekte bij paarden die in zeventig procent van de gevallen fataal afloopt. Uit een onderzoek, uitgevoerd door de faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht en RIKILT Wageningen UR in 2016, kwam naar voren dat de giftige stof hypoglycine A met name in de Gewone esdoorn voorkomt. Daarnaast is het stofje ook aanwezig in de Vederesdoorn, maar deze komt in Nederland veel minder voor. Bij de Veldesdoorn en de Noorse esdoorn werd de stof niet aangetroffen.

Toch zijn er vele duizenden weides waar gewone esdoorns omheen staan en de paarden niet ziek worden. Het is dan ook waarschijnlijk dat meerdere factoren een rol spelen bij het ontstaan van AM. Ook de hoogte van de concentratie hypoglycine A bleek niet veel te zeggen over het ziek worden van paarden. De hoeveelheid hypoglycine A verschilt namelijk per boom en het ene paard lijkt er gevoeliger voor te zijn dan het andere. Daarnaast lijkt er een link te zijn met kou en zijn paarden jonger dan drie jaar vermoedelijk iets gevoeliger. Verder komt de aandoening voornamelijk voor bij grazende paarden die niet bijgevoerd worden en is er een piek in het voor- en najaar. 

Maar hoe weet je nu met welk type esdoorn je te maken hebt? 

  • De zaden (helikopterzaadjes) van de Gewone en Vederesdoorn staan in een hoek van ongeveer 90 graden tegenover elkaar. De zaden van andere esdoorn varianten staan recht tegenover elkaar en maken dus geen hoek. 
  • Verder heeft de Gewone esdoorn groene handnervige bladeren met gezaagde randen en heeft de Vederesdoorn geveerde bladeren met drie tot vijf deelblaadjes.

Wat te doen bij esdoornzaailingen, -zaden en -bladeren in de paardenweide?

  • Maai de stukken weide waarin de zaailingen voorkomen en verwijder het maaisel. 
  • Of zet dit stuk weide af en verwijder de zaailingen eventueel met de hand. 
  • Daarnaast kun je er eventueel voor kiezen om weidegang te vermijden of te beperken tot maximaal zes uur per dag.
  • Verwijder de gevallen bladeren en zaden met een bladblazer en ruim deze op.
  • Zorg voor genoeg gras en/of ruwvoer in de wei, zodat de paarden minder geneigd zijn om de esdoornzaailingen te eten. 
  • Hebben de paarden toegang tot een waterpoel waarin afgewaaide bladeren en zaden terecht gekomen zijn? Geef ze dan in het voor- en najaar drinkwater uit de kraan.
  • Omdat er een link lijkt te zijn met kou, is het verstandig om te zorgen voor voldoende beschutting in de wei.
  • Controleer na een storm of er opnieuw esdoornzaden en/of bladeren in de wei terecht zijn gekomen. 
  • Voor volledige geruststelling zou je de esdoornbomen in de buurt van de wei kunnen weghalen. 
  • Wees alert op de symptomen van esdoornvergiftiging

Bron: Paardenvoerplein, Universiteit Utrecht & WUR

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant