-

Aantal gevallen van atypische myopathie stijgt de laatste dagen

Foto: Creative Commons
Creative Commons

De internationale onderzoeksgroep voor atypische myopathie waarschuwt dat het aantal gevallen van atypische myopathie door ontkiemende esdoornzaden (zaailingen) de laatste dagen stijgt. Voorkom daarom dat paarden in de buurt van esdoornbladeren en -zaden komen. 

Door het eten van ontkiemende esdoornzaden (zaailingen) kunnen paarden een vergiftiging oplopen en atypische myopathie (AM) krijgen. Voorkom daarom dat paarden deze zaailingen opeten. Dit kun je doen door de wei, voordat de paarden de wei in gaan, te controleren op aanwezigheid van de zaadkiemen. Als dat het geval is, kun je de kiemende zaden vernietigen door ze te maaien of te verbranden.

Ernstige spierziekte

AM is een ernstige spierziekte. Paarden die erdoor getroffen worden bewegen moeilijk, gaan verkrampt staan of plat liggen en soms zijn ze benauwd. Ook kan hun urine donker verkleurd zijn. Paarden met AM vertonen sterk verhoogde spierwaardes (CPK, ASAT en LDH) in het bloed. Als een paard verschijnselen krijgt, is het belangrijk het dier rust te geven (dus niet transporteren), de ernst van de aandoening vast te stellen en snel een behandeling in te stellen. Deze behandeling bestaat onder meer uit pijnstillers, infuus en toediening van carnitine, vitamine E en vitamine B2. 

Dodelijke afloop

De ziekte komt niet vaak voor, maar heeft bijna altijd een dodelijke afloop en treft nogal eens meerdere dieren in een koppel. De aandoening wordt vooral vastgesteld bij paarden die in wat schralere weides worden gehouden en daarin niet bijgevoerd krijgen, waardoor ze eerder geneigd zijn om bijvoorbeeld de minder smakelijke esdoornzaden toch op te eten. Inmiddels is aangetoond dat opname van hypoglycine A, dat in esdoornzaden (de helikoptertjes), esdoornblad en esdoornzaailingen (kiemen) kan zitten, tot AM kan leiden.

Maatregelen

Als paarden op een weide lopen waar esdoorns omheen staan, is dan ook de beste maatregel om met een tijdelijke omheining de risicoplekken af te zetten, de paarden bij te voeren of ze zelfs te verweiden of op te stallen.

Extra tips:

  • Beperk de tijd die het paard doorbrengt in de wei (de meeste klinische gevallen stonden langer dan 6 uur/ dag in de wei) en voer eventueel de paarden alvorens ze in de wei gaan.
  • Pas een weiderotatie toe, zodat de paarden enkel op weiden met voldoende gras staan.
  • Verwijder de zaailingen zo vroeg mogelijk door te maaien of te verbranden. Vermijd toxische producten in verband met milieubescherming. Let op; de paarden kunnen op dat moment nog niet in de wei gelaten worden, omdat zelfs de gehooide zaailingen toxines kunnen bevatten. Er wordt aangeraden te wachten tot de zaailingen volledig zijn afgebroken en het gras voldoende is gegroeid.
  • De omliggende esdoorns eventueel te verwijderen om te vermijden dat ze bloemen en zaden produceren die op het weiland terecht komen.

Bron: GD

Foutje gespot? Meld het ons!
Dit vind je misschien ook interessant